DEM_164_Cover_corr3-page-001Als aanvulling op het themanummer 'De Praagse lente' DEM 164, schreef redateur Max Moravie enkele recensies van Praagse Lente-romans. We zetten ze de volgende dagen online. Dit is nummer drie: Ladislav Mnacko:  De Smaak van de Macht

HET ZELFVERRAAD VAN DE MACHTIGEN

De Smaak van de Macht is een zeldzaam kritische roman over het machtsmisbruik en de verwording van de communistische elite in Slowakije tijdens de vijftiger en zestiger jaren. Het boek verscheen één jaar vóór de Praagse Lente maar vertoont alle kenmerken van de ongecensureerde werken uit die periode. Wat de auteur over de wereld voordien schreef gaat evenzeer op voor die van na de Russische invasie, en in bepaalde opzichten is zijn portret universeel en overstijgt het de grenzen van de Koude Oorlog.

Tekst: Max Moragie

Het verhaal van een dodenwake, zou je De Smaak van de Macht kunnen omschrijven. De naamloze hoofdpersoon ligt opgebaard in een theater en dagelijks lopen honderden burgers langs zijn kist om hun laatste respect te betonen. Van respect is lang niet altijd sprake. Velen zijn simpelweg gestuurd door hun fabrieksdirectie of ministerie, anderen willen zich er vooral van vergewissen dat de in zijn ambt gestorven eerste minister werkelijk dood is. Rouwen doen er slechts een paar: zijn eerste echtgenote, zijn zoon, een ex-minnares. De tot in de puntjes georkestreerde dodenwake eindigt na een aantal dagen met een houterig uitgesproken grafrede van de partijleider en een lange rit naar het crematorium waar de dode haastig de oven in wordt geschoven. Tussendoor lezen we de overpeinzingen van Frank, de van hogerhand aangestelde fotograaf en ooit de boezemvriend van de dode.

Het ware levensverhaal

Frank schiet plaatjes voor de persdienst en maakt tussendoor heimelijk opnames voor zijn privéverzameling. Dat doet hij al vijftien jaar. In zijn donkere kamer heeft hij een twintigtal albums staan waarin de foto’s werden geplakt die wel werden gemaakt maar nooit in de kranten gepubliceerd. Ze vertellen het ware levensverhaal van de naamloze dode, een dat veel minder fraai is dan het officiële. Frank vindt het belangrijk dit verhaal in beelden te bewaren voor het nageslacht. “Op een dag liet het persbureau de redacties van de kranten, de radio en de televisie weten dat zijn naam en foto in geen enkel artikel, in geen enkele uitzending meer mochten verschijnen. Toen was hij officieel gestorven. Niemand sprak er in zijn bijzijn over. Hij belegde nog steeds vergaderingen, hield besprekingen en kabinetszittingen, organiseerde nog steeds feestdiners, gaf bevelen, bekleedde zijn functie, maar hij bestond niet meer. Wat niet in de krant staat, bestaat officieel niet.”

Gedetailleerde bemoeizucht

De politieke fout die de dode heeft gemaakt is dat hij de Eerste Man op een zwak moment in diens bestaan heeft uitgedaagd maar vervolgens niet heeft toegeslagen. De aarzeling werd hem fataal. In moreel opzicht heeft hij heel andere zonden begaan. Eenmaal gepromoveerd tot minister verloor hij zijn vermogen tot improviseren en vooral tot luisteren. Als er een cementfabriek moet komen situeert hij die eigenhandig op een totaal verkeerde plaats. De grondstoffen moeten met een dure lift naar boven worden vervoerd, de afvalstoffen dwarrelen beneden neer op een ooit historisch en fraai stadje. Vanaf de dag van ingebruikname worden zowel de daken als de hoofden van de inwoners bedekt onder een laag fijnstof. Het raakt de dode niet. Vergezeld door lijfwachten, voorlichters en secretaresses rijdt hij kris kras door het land, om hier een ziekenhuis te openen en daar een school. Op kantoor wachten de stapels dossiers op zijn handtekening, geen gewichtige documenten maar bagatellen: een promotie hier, een reprimande daar. Hij verzuipt in de onbenullige details, omdat hij overal controle over wil hebben. Maar juist door die gedetailleerde bemoeizucht raakt hij langzaam maar zeker het overzicht kwijt en juist dan gebeurt waar hij het meeste bang voor is: hij komt in het vizier van de Eerste Man terecht en dat loopt altijd fataal af.

Macht of principes?

Terwijl hij fotografeert en observeert, gezamenlijke bekenden van vroeger aanschiet zodra ze de eerste stap op straat zetten, probeert Frank te achterhalen waar het breekpunt ligt: wanneer veranderde de idealist in de machtswellusteling? Was het toen hij de stap zette van de provinciale naar de landelijke politiek? Terwijl in andere landen en streken de collectivisatie van de landbouw met veel geweld gepaard ging was de dode vooral sluw. Als de boeren in een bergdorp weigeren vlees en melk te leveren laat hij de stroom afsnijden, de telefoon en post in de wacht zetten en de busdienst stoppen. Na een week staan de boeren in zijn kantoor, niet met woest geheven rieken maar met hangende pootjes.  De auteur heeft duidelijk sympathie voor deze zachte dwang, het enige waaruit blijkt dat Ladislav Mnacko in de vijftiger jaren zelf een overtuigde stalinist was. Of was de dode toen ook al meer met macht dan met principes bezig? Lag het omslagpunt misschien eerder? Aan het eind van de oorlog? In 1944 werd het met de nazi’s collaborerende fascistische bewind van Hinkla omvergeworpen door een breed gedragen opstand. De Slowaakse Nationale Opstand mislukte militair, maar slaagde wel politiek. Communisten en andere progressieven redden zo de eer van hun land en konden Slowakije laten bevrijden door het Rode Leger in plaats van bezetten, zoals met buurland Hongarije gebeurde. Frank herinnert zich hoe de dode hun groep redde uit de klauwen van een bende Russen, die onder het mom van verzetswerk niets anders deed dan boeren en burgers terroriseren en afpersen.  

Echtgenote-spionne

Hoe verder zijn herinneringen teruggaan in de tijd, hoe sympathieker de dode wordt. Maar ook toen liet de latere Eerste Minister zich al op een onaangename manier gelden. Hij pakt Frank diens vriendin Margit af en trouwt zelf met haar. Als een andere vriend, Fonda, op zijn beurt avances maakt bij Margit neemt hij op een afschuwelijke manier wraak: hij verspert hem de toegang tot de communistische partij, laat hem jaren later van de universiteit verwijderen en op valse voorwendselen veroordelen tot dwangarbeid in de mijnen. Terwijl Frank en de dode nog op leven en dood met elkaar over Margit kunnen vechten – primitief maar mannelijk – gedraagt de dode zich tegenover Fonda achterbaks en laf. Toch schuift hij later zijn weinig representatieve echtgenote aan de kant voor een prachtige blondine die als zijn privésecretaresse voor hem is gaan werken. Een spionne van de Eerste Man, denkt iedereen, inclusief de dode zelf. Hij trouwt weliswaar met haar, maar het huwelijk is vanaf dag één gekunsteld en daardoor ongelukkig. Toch heeft hij een grote gok genomen door te scheiden, iets wat in het preuts-communistische Slowakije niet makkelijk wordt getolereerd. Hij misbruikt de wet om zijn enige zoon van zijn voormalige vrouw af te pakken. Het betekent het einde van een tot dan toe goede vader/zoon verhouding.

Zwelgpartij

Het gezegde luidt dat het eenzaam is aan de top. Steeds vaker nodigt de dode vroegere vrienden uit voor een drinkgelag en ook bij officiële gelegenheden wordt de fles steeds enthousiaster ontkurkt. “Frank benijdde de dode niet. Hij moest ontelbare gemeenplaatsen aanhoren. Hij moest doen alsof hij in alles belang stelde, hij moest glimlachen, op schouders kloppen, niet bindende beloftes om zich heen strooien die hij het volgende moment weer vergat, en hij moest zich stierlijk vervelen. Slechts één ding dwong Frank telkens weer tot het einde van zo’n feestmaal te blijven. Hij genoot ervan te zien hoe de anderen zich verveelden, hoe ze allemaal tegelijk wilden praten en niemand luisterde, hoe ze zich opbliezen, hoe ze zich kronkelden in hun egoïsme. De zwelgpartij eindigde altijd met moppen over Cohen, Moos, Sammy en Saar, domme moppen, afgezaagd en slecht verteld.”

Robotfoto

De dode sterft in een ziekenhuis, uiteraard aan een alcohol gerelateerde ziekte die vervolgens uit de pers moeten worden gehouden, want een communist bezwijkt aan een hartaanval door het vele werk of aan kanker. Naamloos is hij ter wereld gekomen en naamloos gaat hij er uit, maar aan het eind van de roman heeft de lezer een tweede reden voor die anonimiteit gekregen. Natuurlijk heeft Mnacko een genadeloze robotfoto van de communistische machthebber willen tekenen, en een robotfoto heeft geen naam nodig. Maar de dode had nooit die toppen van machtsmisbruik en eenzaamheid kunnen scheren zonder de actieve en passieve medewerking van zoveel omstanders. Ook Frank is veel kwijtgeraakt onderweg: vrienden, vriendinnen, perspectieven en simpelweg menselijk geluk. De machtigen hebben niet alleen zichzelf en anderen verraden, ze zijn ook verraden door de naasten die hen in het gareel hadden moeten houden. De diepere boodschap van De Smaak van de Macht is dat de politieke macht niet alleen bitter smaakt voor degene die ervan proeft maar ook voor diegenen die hen naar de drinkplaats leiden. Daardoor is dit prachtig gecomponeerde en geschreven boek van de in 1993 overleden Mnacko een roman die het Slowaakse en het communistische kader verre overstijgt.

Ladislav Mnacko:  De Smaak van de Macht, vertaald uit het Duits door G.W. Roos, Bruna Grote Beren,  1967