Vooraf

DEM_163_Cover_V5-page-001Bob Dylan won vorig jaar de Nobelprijs voor Literatuur.  Een  songwriter werd verkozen tot beste literator van 2016. En dit boven, bijvoorbeeld, Haruki Murakami of Philip Roth. Menig schrijver fronste de wenkbrauwen. Jonathan Safran Foer vroeg zich luidop af of hij nu in aanmerking kwam voor de Nobelprijs voor Muziek. Er waren natuurlijk ook wel wat schrijvers die de toekenning bejubelden, zoals de Vlaamse schrijver Christophe Vekeman, die zelfs beweert dat Bob Dylan erin geslaagd is ‘om van de songtekst een literair genre te maken’.

In deze Deus ex Machina willen we de songtekst als literair genre verder onderzoeken. Het nummer opent met Things can never be other than what is. Hiphopteksten in de context van hun cultuur. In dit essay onderzoeken Maarten Buser en Hugo Emmerzael enkele thema’s die de teksten van rappers in de voorbije decennia kleurden. Ook in de Lage Landen is hiphop in opmars.

Jongeren luisteren vandaag meer naar rap dan naar rock. Meer nog: hiphop is de hedendaagse pop. Artiesten als Tourist LeMC, Boef, Lil’ Kleine, De Jeugd van Tegenwoordig of Sevn Alias zijn populairder dan eender welke popgroep.

Ondanks de nadruk die veel mensen leggen op songteksten, probeert Michiel Kroese in Waarom schrijvers jaloers zijn op muzikanten aan te tonen dat de muziek an sich belangrijker is dan de tekst, en dat schrijvers dit zelf maar al te goed beseffen. Michiel Leen onderzoekt in Songstealing, een traditie als een andere aan de hand van de song Hey Joe hoe muzikanten elkaar voortdurend plagiëren, of op zijn minst inspireren. Remo Verdickt brengt een ode aan zijn grote idool Bob Dylan, terwijl Jan Pollet verhaalt over zijn ontmoeting met Bertrand Cantat, de Franse zanger van de beruchte groep Noir Désir die zijn eigen vriendin vermoordde. Muzikant/schrijver Michaël Brijs laat ons stap voor stap zien hoe hij een songtekst schrijft, onder andere door leentjebuur te spelen bij Nabokov. Jan Buts schreef een verhaal over een man die zich niet meer thuis voelt in een wereld waar alle spontaniteit en authenticiteit verbannen lijken te zijn. Bram Petraeus sluit de focus af met een aantal indringende foto’s. De meeste van de afgebeelde foto's maakte Bram in opdracht van Gonzo (circus). Hiervoor bezocht hij onder andere het experimentele Rewire Festival in Den Haag. Bij dezen onze dank aan Gonzo (circus), het boeiendste muziekblad van België.

 

In dit nummer vindt u naast de hoofdfocus ook een katern van Jeugd&Poëzie (vanaf volgend jaar 'Totaal'). De zomerkaping is een residentietraject voor jong artistiek talent, waarbij schrijvers elk jaar aan een andere discipline worden gekoppeld. Dit jaar werden tekst en grafiek met elkaar verbonden. Een twintigtal schrijvers en illustratoren resideerden een week lang in Mu.ZEE, waar ze in dialoog gingen met de Frans Masereel-tentoonstelling.    Zij werden begeleid door Bart Jaques (Letterzetter Kortrijk 2015-2017) en Gerard Leysen (Afreux) en kregen workshops  van  Hannah  van  Wieringen (De Harmonie) en Seppe van den Berghe (De Eenhoorn). De zomerkaping is een initiatief van Totaal & Jeugd&Poëzie en kwam tot stand in samenwerking met Mu.Zee en Deus Ex Machina.

 

Verder leest u in dit nummer het laatste deel van het drieluik van Gaea Schoeters. Deze keer laat ze Marguerite Duras een brief schrijven aan haar  38 jaar jongere compagnon Yann Andréa. Frans Denissen trakteert ons op  een extra lang en heerlijk verhaal: ‘Een lavallière heb ik nooit gedragen, maar een borsalino wel.’ Het laatste woord hebben we gereserveerd voor twee dichters: Kevin Amse en Tania Verhelst.