Overleven.

 

Hij zegt dat ik niet duiken kan, hij zegt
dat ik niet gemaakt ben
om te vliegen; rotsen splijtend met mijn hand.

Wat ik wel mag zijn is dun
en donzig, weggestopt in oude sokken, lang
en dradig. Water dragend langs de kant.

-- Ik was het, die al het licht opdronk
uit openstaande deuren. Spleten open scheurde

met mijn mond
tot ze gapend in mijn kamer stonden. Ik was het,

die haar voorhoofd zoemend
tegen de radiator legde; ik was het, ik

spoelde al het zout uit aangespoelde wonden.

Milou Voskuilen (°1989)

 


BILD0088