VOORWOORD

Deus ex machina is het ergste wat onze westerse cultuur ooit overkomen is. Zo ongeveer dacht Nietzsche over het veelvuldige gebruik van deze theatertechniek in de tragedies van Euripides. De handlanger van Socrates en Plato liet op het einde van zijn toneelstukken een god via een touw op de scène neerdalen om de uitzichtloze situatie waarin zijn personages verzeild waren geraakt op te lossen. De “god uit de machine” was symptomatisch voor de socratische, rationele cultuur die het toenmalige Athene infecteerde. De deus ex machina is, zo stelt Nietzsche in Die Geburt der Tragödie, in de plaats gekomen van de metafysische troost en heeft de geest van de muziek definitief uit het Griekse theater verdreven. Nietzsche: “De held is een gladiator geworden die men, nadat hij duchtig afgebeuld en met wonden overdekt was, af en toe de vrijheid schonk”. De filosoof met de hamer is snoeihard: deus ex machina heeft niet alleen de Griekse tragedie kapotgemaakt, maar ook de doodsteek toegediend aan de mythe en het mythische denken.

Los van Nietzsches uiterst negatieve beoordeling van deus ex machina, wordt deze techniek ook in de literatuur overwegend als “te vermijden” beschouwd. Aristoteles schreef in zijn Poëtica al dat verhalen zich in de eerste plaats vanuit zichzelf moesten ontwikkelen, zonder ultieme, goddelijke ingreep. Shakespeares “mindere” stukken (As you like it, Cymbeline, Pericles) eindigen met een deus ex machina. De micro-organismen in HG Wells’ War of the Worlds, de adelaars die Frodo en Samwise helpen ontsnappen in het laatste deel van Lord of the Rings en de tyrannosaurus rex in Jurassic Park zijn niet bepaald de creatiefste oplossingen om de boel weer in orde te brengen. Dan toch maar Monte Pythons The Life of Brian, waarin de tijdgenoot van Jezus Christus door Romeinse soldaten achtervolgd wordt, een toren beklimt, naar beneden dondert en bij wonder gered wordt door een ruimteschip bemand met eenogige, buitenaardse wezens. Wat volgt, is anderhalve minuut Star Wars op z’n Monte Pythons, een spectaculaire crash en Brian die als enige overlevende doodleuk opnieuw het verhaal binnenwandelt.

Terzake. Wij – van DEM – gaan met dit nummer de mythologische toer op. Het is de bedoeling na te gaan in hoeverre mythologische thema’s en motieven in de hedendaagse literatuur en cultuur actueel zijn. In tijden waarin het antieke en Bijbelse, mythologische referentiekader met een angstaanjagende snelheid afbrokkelt (met dank, overigens, aan ons uitstekende onderwijs), lijken de oude goden het te moeten afleggen tegen pakweg Harry Potter, Sméagol en de vampieren van Twilight. De goden hebben misschien andere namen gekregen, maar de mythe zelf is springlevend. Het resultaat is deze gevarieerde en uiteraard onvolledige verzameling teksten. In het inleidende essay gaat Michiel Kroese op zoek naar het verband tussen mythologische verhalen enerzijds en de filosofie, psychologie, literatuur en het postmodernisme anderzijds. Hans Achterhuis stelt een alternatieve, op het gedachtegoed van René Girard geïnspireerde lezing van mythen voor. In ‘Zwarte Zonnen’ beschrijft Wim Michiel het misbruik van Germaanse mythen door extreemrechts. Jan Roelans analyseert Paul Celans hermetische gedicht ‘Port Bou – deutsch?’ en focust op Celans “neen” tegen ideologie en mythe. Jef Ector toont aan hoe Christa Wolf en Ismaïl Kadare klassieke mythen gebruikten om kritiek te geven op de communistische samenleving waarvan zij deel uitmaakten. Roel Daenen schreef een essay over strips en mythologie, Jan M. Meier over mythen in de hedendaagse wetenschap en Stefan Lauwers wijdt ons in in de wonderlijke en obscure wereld van de viking metal. Verder mythologisch geïnspireerde poëzie en proza van Moschos van Syracuse/Paul Claes, Greta Seghers, Johan de Boose, Jan van Aken, Durs Grünbein en Christoph Ransmayr. De foto's zijn van Yoeri Hostie en Andy Huysmans (die laatste in samenwerking met Sara Dykmans), aangevuld met negentiende-eeuwse portretten van de première van Wagners Ring der Nibelungen in Bayreuth (1876). De foto’s van Andy Huysmans en Sara Dykmans vindt u als bijlage op postkaartformaat. Als toemaatje krijgt u in het niet-focusgedeelte gedichten van Francis Cromphout en Jan Geerts en het prozadebuut van Liorah Hoek. In de rubriek KIJK vindt u een interview van Anneleen De Coux met Xavier Roelens.

De mythe heeft geen deus ex machina nodig. De mythe moet niet aan het infuus. Er worden tegenwoordig wel minder teksten geschreven die uitdrukkelijk gebaseerd zijn op klassieke mythen, maar de oude verhalen leven voort in een andere vorm. De mythe verandert voortdurend, de kern blijft. Laat dit nu juist een van de hoofdthema’s zijn van Ovidius’ Metamorfosen, waarin de Romeinse dichter bestaande mythen over gedaantewisselingen op zijn eigen, virtuoze manier heeft gerecycleerd. Een themanummer over mythologie behoeft een invocatio. Bij wie anders dan Ovidius kan Deus te leen gaan om de hulp van de goden af te smeken? “Ik wil gaan spreken van gedaanten die in nieuwe werden veranderd. Goden, leen mijn werk uw adem, want ook u deed mee aan die veranderingen. Leidt ononderbroken mijn lied vanaf het eerste werelduur tot aan mijn tijd.”

Vastheid en verandering: de volgende DEM wordt een “politiek” nummer.

DeM n°146 verschijnt eind oktober 2013.

 

1380670_644614872255366_71257548_n