Voorwoord

‘Ich bin fast 18 und hab keine Ahnung von Steuern, Miete oder Versicherungen. Aber ich kann ‘ne Gedichtsanalyse (sic.) schreiben. In 4 Sprachen.’ (‘Ik ben bijna 18 en weet niets af van belastingen, huur of verzekeringen. Maar ik kan een gedicht analyseren. In vier talen.’) Het is alweer een viertal jaar geleden dat weldenkend Duitsland zich bij de ochtendkoffie verslikte in een op het eerste gezicht onschuldige tweet van Naina, een tot dan toe onbekende 17-jarige laatstejaarsstudente van een Keuls meisjesgymnasium. Haar Twitter-bericht ging in een mum van tijd viraal. Het werd een paar tienduizend keer geliket en geretweet, om vervolgens te worden opgepikt door de media: eerst door enkele lokale kranten en televisiezenders, later door Bild-Zeitung alvorens ook eerbiedwaardige dag- en weekbladen als de Frankfurter Allgemeine Zeitung, Der Spiegel en die Welt hun licht over dit ‘merkwaardige’ bericht lieten schijnen. Naina’s tweet ontketende een lawine aan hele en halve meningen, gaande van meer (of minder) economie-onderwijs op middelbare scholen, minder (of juist meer) klassiek literatuuronderwijs tot het ter discussie stellen van het onderwijssysteem tout court en de problematische geestesgesteldheid van de Duitse jeugd.

Eigenlijk was Naina als laatstejaarsstudente samen met twee vriendinnen alleen maar op zoek naar een kamer in een Wohngemeinschaft. En daarvoor is enige basiskennis over de huurwetgeving en het verzekeringswezen waarschijnlijk nuttiger dan de analyse van een gedicht van Goethe of Schiller. Toen ze haar tweet schreef, was ze zich naar eigen zeggen van geen kwaad bewust. Dat draaide evenwel iets anders uit.

Hoewel de situatie in Duitsland niet helemaal gelijkloopt met die bij ons (een literaire analyse in maar liefst vier talen kunnen schrijven is bij ons tamelijk onvoorstelbaar), maakt ‘het geval Naina’ perfect duidelijk waar het in dit themanummer over literatuuronderwijs over gaat: welke plaats mag literatuur binnen ons 21ste-eeuwse onderwijssysteem, waar de klemtoon meer dan ooit ligt op wiskunde, wetenschappen, economie en technologie, nog ambiëren? Een vraag die – in de slipstream van een ruimer onderwijsdebat over de staat van ons huidige onderwijs – ook politiek de gemoederen beroert. Wij – van Deus Ex Machina – vinden dat we ons als literair tijdschrift in deze discussie niet afzijdig mogen houden. Beschouw daarom dit nummer als een hartstochtelijk pleidooi voor méér literatuur in het onderwijs en – we moeten er geen doekjes om winden – tegelijkertijd een herwaardering van de letteren binnen het vak Nederlands en het vreemdetalenonderwijs. Zonder vooruit te lopen op wat komt, houdt dit onder meer in dat de vaak absurde klemtoon op het vaardigheidsonderwijs moet worden teruggeschroefd, dat erover moet worden gewaakt dat taalvakken niet mogen verglijden tot de status van een servicevak, maar dat bijvoorbeeld ook de banden tussen de academische literatuurwetenschap en het secundair onderwijs opnieuw strakker moeten worden aangehaald.

Dit themagedeelte bestaat hoofdzakelijk uit beschouwende teksten. Met enkele kritische stemmen, zoals we die deels uit de opiniepagina’s van de dagbladpers gewoon zijn. Maar we hebben er ook bewust voor gekozen om daarnaast een positief verhaal te brengen. Wie een pleidooi houdt voor méér literatuuronderwijs, moet dit laatste niet als een vanzelfsprekendheid beschouwen, maar moet ook durven aantonen wat de zin én het nut hiervan zijn. Daarom vindt u in dit nummer ook bijdragen over literatuur in het technisch en beroepsonderwijs, over leesplezier, over literaire projecten met kankerpatiënten, dementerende ouderen en studenten rechten of een beschouwing over een schrijfresidentie in een basisschool voor bijzonder onderwijs.

Verder hebben we er bewust voor gekozen om aan dit ‘papieren’ themanummer een digitaal vervolg te breien. Wij vroegen in deze DEM aan zeven mensen uit de literaire en artistieke wereld welk boek zij aan achttienjarigen zouden aanbevelen. Op onze website en Facebook-pagina zullen nog anderen dezelfde oefening maken met de bedoeling zo uiteindelijk tot een alternatieve leeslijst voor leerlingen van de derde graad te komen. Ook zouden we eind 2019/begin 2020 een bijscholing/inspiratiedag voor leerkrachten uit het secundair onderwijs willen organiseren om zo ons betoog voor meer literatuur in de praktijk te brengen. En ten slotte zullen we ons in ons oktobernummer – om het met Alessandro Baricco te zeggen – begeven in het land van de ‘barbaren’. DEM170 zal – een vijftal jaar na onze papieren Facebookkrant – volledig gewijd zijn aan literatuur en Instagram.

Het beeldmateriaal voor deze DEM werd dit keer geleverd door fotograaf Jef Van Eynde (die in een vorig leven nog directeur van een middelbare school was). Na twee eerdere DEMthemanummers over Roemeense literatuur, selecteerde en vertaalde Jan Mysjkin in het kader van ‘Europalia Romania’ (dat begin oktober 2019 van start gaat) werk van drie Roemeense auteurs: Doina Ioanid, Alexandru Ecovoiu en Irina Nechit. Afsluiten doen we met gedichten van Mattijs Deraedt, Jan Geerts en Rand Helawi en kortverhalen van Mohana van den Kroonenberg en Lotte Ogiers.

De redactie

Inhoudstafel

Stefan Hertmans, Goede bedoelingen en sceptische leerlingen
Wim Michiel, Tussen hoop en pessimisme: literatuuronderwijs  in het Vlaams secundair onderwijs
Elke D’hoker, Literatuuronderwijs en leescultuur
Virginie Platteau, Laat ons lezen
Coen Peppelenbos,  Terug naar het verhaal: literatuuronderwijs in Nederland
Bert Van Raemdonck , Come as you are: een pleidooi voor de canon
Tijmen Govaerts, Het leven is vurrukkulluk (Remco Campert)
Maryam Kamal Hedayat, ‘Recitatif’ (Toni Morrison)
Gülcan Kahraman, Mensenlandschappen (Nazim Hikmet)
Romy Louise Lauwers, Cocaïne (Aleksandr Skorobogatov)
Giuseppe Minervini, Molloy’s kiezels
Anne Provoost, Beste achttienjarige die dit schrift in handen houdt
Gaea Schoeters,  The Powerbook (Jeanette Winterson)
Virginie Platteau, Bam! Slam! Literatuur op een Brusselse school
Ruth Lasters, Wifiwachters: een praktijkvoorbeeld
Yanni Ratajczyk, Mogelijke menselijkheid en menselijke mogelijkheid: pleidooi voor een herwaardering van de roman in  het secundair onderwijs
Iedereen leest, Leesplezier, maïzena voor goed literatuuronderwijs
Marit Trioen,  Van moeten naar mogen: werken aan leesplezier bij  aarzelende lezers in het secundair onderwijs
Dirk Terryn, Samen Lezen: delen is vermenigvuldigen!
Silvie Moors, Frederik Swennen Literatuur & recht / Law & literature
Laïla Koubaa, Mens blijven onderweg
Bertolt Brecht, De twijfelaar
Doina Ioanid, Naden
Alexandru Ecovoiu, De kalligraaf
Irina Nechit, Ben je hier? en andere gedichten
Mattijs Deraedt, Dordrecht
Jan Geerts, Vluchtelingenbrieven
Rand Helawi, Twee gedichten
Mohana van den Kroonenberg, Pruimentaart
Lotte Ogiers, Dat varkentje