Het nieuwe nummer van Deus Ex Machina (nr 153) gaat over het thema 'reportageliteratuur'. Lees het redactioneel:

HYBRIDE (NON-)FICTIE

DEM153-coverGevoel, couleur locale, verbeelding, kortom: subjectiviteit, dat is wat de journalist aan zijn tekst toevoegt wanneer hij er een reportage van maakt. Het idee voor dit nummer ontstond naar aanleiding van een opmerking van Piet de Moor, dat veel goede romanciers ook goede reportagemakers waren. Gabriel Garcia Marquez en George Orwell zijn bekende voorbeelden. In het ideale geval gaan die reportages integraal deel uitmaken van hun oeuvre. Dat geldt zeker voor Orwell, wiens Afscheid van Catalonië (een verslag van zijn belevenissen in de Spaanse Burgeroorlog) of Aan de grond in Parijs en Londen (een verslag van zijn leven als werkende arme) waarschijnlijk meer werden gelezen dan een roman als Happen naar Lucht. Het journalistieke werk voedde het literaire met ideeën en beschrijvingen, omgekeerd zorgde de literaire impuls voor een beklijvende stijl, die de reportages een laag ‘kattenbakgehalte’ gaf.

Maar dat ideale geval blijft een uitzondering. Voor vele schrijvers en journalisten is de grens tussen reportage en roman een onoverbrugbare kloof gebleken. Ze konden weliswaar technisch af en toe de grens overschrijden, maar slaagden er niet in respectievelijk reporter of romancier te worden. Het meest beruchte voorbeeld is misschien wel Joseph Mitchell (1908 – 1996). Mitchell was decennialang de sterreporter van The New Yorker. Zijn biograaf, Thomas Kunkel, beschrijft hem als een reporter die constant haast had, die soms twintig keer op een dag overstapte op andere buslijnen ‘om maar geen nieuws te missen’ en die een fenomenaal hoge productie had. Mitchell schreef hybride (non-)fictie. Hij verwerkte bijvoorbeeld monologen van gefictionaliseerde personages in zijn reportages. Het was ook het fictieve verhaal van een van zijn interviewkandidaten dat Mitchell de kop kostte. Hij ontmoette een zekere Joe Gould, een man die naar eigen zeggen een ‘Oral History of the World’ zou hebben geschreven in negen miljoen woorden. Mitchells stukken over Gould vonden zoveel weerklank dat lezers geld stortten om de aan lager wal geraakte geleerde te helpen overleven. Het leidde ertoe dat Gould zich vastklampte aan zijn redder en die laatste steeds meer in diens ban kwam. Jaren later ontdekte Mitchell bij toeval dat het dikke manuscript van Gould enkel in diens hoofd bestond. De schok werd het begin van een writer’s block dat tot het eind van zijn carrière alleen maar steviger zou worden.

Mitchells fenomenale productie slonk, tot hij het laatste deel van zijn carrière dagelijks zat te typen aan zijn bureau, maar geen enkel stuk meer inleverde bij de hoofdredacteur. Die laatste hield hem in dienst, hopend op een hernieuwde opstoot van creativiteit. Het bleek een enorme hoop weggegooid geld. Mitchell schreef enkel nog in zijn hoofd. Hij componeerde dagelijks aan zijn ‘Grote Amerikaanse Roman’. Aan het eind van zijn leven was hij zijn eigen Joe Gould geworden. De reporter was samengevallen met zijn onderwerp – met desastreuze gevolgen. Een groot journalist ging verloren, terwijl er geen romancier voor in de plaats kwam.
Niet de geschiedenis van de reportage (beginnend met Egon Erwin Kisch) interesseerde de redactie in dit nummer, noch de beroemde reportages (zoals die van Günter Wallraff), maar het grensgebied tussen reportage en fictie. De journalist als gemankeerde en gefrustreerde romanschrijver, de dichter als reporter, het kunstenaarsleven als stof voor één grote reportage. Al doende merkten we zelf hoeveel journalistieke impact fictie kan hebben en hoeveel literaire waarde de reportage kan verbergen. Misschien zou de
conclusie moeten zijn dat die grens er eigenlijk niet hoort te zijn ...

Naast het themagedeelte (met behalve veel proza en beschouwend werk, ook behoorlijk wat poëzie, fotografie en een getekende reportage) vindt u in deze DEM nog een kortverhaal van Frappant TXT-winnares Moya De Feyter en de Boulevard-rubriek van Jan Pollet. Vrije inzendingen worden – net zoals twee jaar geleden – opgespaard en eind 2015 gebundeld in een nieuwe Deus de Poche.

De redactie

Foto cover: ©Astrid Haerens

9789078068969Speciale actie!!!  Wie een nieuwe abonnee aanbrengt én nieuwe abonnees krijgen gratis De weg naar de eenvoud (Milena Jesenská - uitgeverij Voetnoot) opgestuurd.Stuur een mail naar info@deusexmachina.be - met vermelding van naam, adres en emailvan de (nieuwe) abonnee.
Over De weg naar de eenvoud