DEM_164_Cover_DRUK_825_1640_56_1640_825_V2-page-001REDACTIONEEL

In den beginne was het woord.
En het woord was een manier om relaties aan te gaan tussen mensen. Om dingen aan te duiden en te delen met elkaar. Het woord was er om te communiceren. Toch zijn sommige dingen niet te vatten in taal.

Soms schiet de taal tekort. Eigenlijk was er vast iets anders dan taal in het begin. Wat wil dat overigens zeggen, ‘het begin’?

Woorden kunnen bedriegen, beledigen, verdoezelen, versluieren, vervagen. Een woord is een vorm, een aaneenschakeling van klanken die betekenis draagt. Maar betekenis zelf is vorm, noch klank. Betekenis staat niet vast. Een goed voorbeeld daarvan is het woord ‘queer’.

Oorspronkelijk was het een adjectief dat de betekenis ‘vreemd’ of ‘excentriek’ droeg, maar stilaan verschoof ‘queer’ naar een scheldwoord
voor homoseksuelen. Sindsdien legde de betekenis van het woord een enorme weg af en werd het zelfs trots gerecupereerd tot identiteitsbepaling voor een hele gemeenschap. Of net niet. Wie tot die gemeenschap behoort, ligt immers niet vast. De voorbije jaren breidde de gemeenschap zich uit van genderqueer tot veel meer dan dat. Vandaag is het een heuse parapluterm waaronder je homoseksualiteit en travestie kunt verstaan (vandaar de ‘Q’ in LGBTQA+) maar ook een politieke stellingname. In dat laatste geval betekent
‘queer’ verzet tegen élke identiteitsnorm, en niet enkel de heteronorm, omdat in- en uitsluiting er onlosmakelijk mee verbonden zijn.

Deus Ex Machina vroeg een aantal schrijvers om na te denken over twee QUEER woorden: Out now. Een klankverzameling die voor verschillende mensen een totaal andere betekenis blijkt te hebben: van ‘zich outen als’ over ‘een (der welke) identiteit aannemen’ tot ‘uit de hokjes breken’; van een imperatief om een identiteit aan te nemen (‘out yourself now!’) tot een aankondiging die betekent ‘nu beschikbaar, want nu herkenbaar’, van normbevestigend tot normdoorbrekend.

Taal is het basismateriaal van literatuur. Met een flauwe metafoor zou je kunnen zeggen dat schrijvers schilderen met woorden. Ze hakken met hun pen in de materie tot er een tekst overblijft. Uit onze vraag aan deze schrijvers ontstonden een hele reeks uiterst vreemde teksten.
Wij nodigen je uit deze woorden te volgen, om op zoek te gaan naar de verschuivende betekenissen en om op je eigen manier de waarheid
vorm te geven. Je zal zien: net zomin als er een begin is, is er een einde in zicht. En dat is maar goed ook.

We geloven dat queerteksten de verdienste hebben dat ze gaten slaan in een waardensysteem dat het vreemde soms dreigt uit te sluiten. We geloven dat het vreemde door deze gaten naar binnen kan kruipen om daar stilte en hokjes te breken.

In dit nummer ontdek je daarom een aantal essays, korte verhalen, gedichten en teksten die zich helemaal niets van die hokjes aantrekken.
De selectie is niet meer dan dat: een selectie. Buiten het vakje van dit nummer tref je nog veel meer ‘queerteksten’ aan. Aan jou om te bepalen
wat je met de gaten doet, en wie of wat je erdoor naar binnen laat. Wij blijven in elk geval openstaan voor meer woorden. Laat ze maar komen.

De minifocus bestaat deze keer uit een selectie uit TAU, een onlangs verschenen Hamburgs literatuurtijdschrift. Meer informatie over TAU en een antwoord op de vraag waarom DEM teksten uit het eerste nummer van TAU opneemt, vindt u in het nawoord dat op de mini-anthologie volgt.

Verder in dit nummer: het Engelstalige gedicht ‘My art’ van Adriána Kóbor en enkele visual poems van de
Hongaarse dichter-kunstenaar József Bíró. Afsluiten doen we met nieuw werk van Nele Buyst, Dinie Fintelman, Jan M. Meier en Akim A.J. Willems.

Carlien Coppieters, Ernest De Clerck, Nele Janssens
samenstellers DEM 165