140cover n° 140 – Misantropie     Schrijvers zijn dikwijls eenzaten. Niet in het minst omdat schrijven het beste vlot in afzondering. Maar sommige schrijvers houden gewoon niet van gezelschap. En niet weinig onder hen hebben een bloedhekel aan mensen. Ze zijn regelrecht misantropisch. Voor deze schrijvers vormt mensenhaat de voedingsbodem van hun schrijven. Hun werk laat keer op keer zien hoe mensen anderen, en zichzelf, in de afgrond rijden. De vraag, die zich opdringt bij het lezen van al deze tragiek, is wat de aanleiding is van zoveel pessimisme en zwartgalligheid.  Zijn deze misantropen teleurgesteld in andere mensen? Gaat het om een geprojecteerde zelfhaat? Willen ze de menselijke, al te menselijke hypocrisie zo oprecht mogelijk fileren? Of koesteren ze gewoon de verkeerde verwachtingen van het leven en van mensen in het bijzonder?   Jan Bettens geeft in zijn openingsessay een mooi overzicht van de meest misantropische schrijvers uit de literatuurgeschiedenis. In een helder geschreven beschouwing tempert de Nederlandse schrijver Mark Verver al te hoge verwachtingen en vraagt zich hierbij af of hij überhaupt wel iets zinnigs te zeggen heeft. De Canadese schrijver Craig Davidson evoceert op een indringende manier hoe een stuntvlucht ten val komt tussen de tanden van een orka. Wim Michiel duidt de misantropie van Thomas Bernhard en interviewt Damiaan de Schrijver van het theatercollectief STAN die graag teksten van de Meester in scène zet. Om even in beklemmende Oostenrijkse sferen te blijven krijgt u ook een vertaald fragment van Josef Winkler. Michiel Kroese onderzoekt in een essay het alom geroemde en verguisde pessimisme van de über-misantroop Arthur Schopenhauer. Bavo D’hooge toont aan hoe komiek WC Fields humor gebruikt om zijn misantropische gevoelens draaglijk te maken. LH Wiener dwaalt door de straten en de pubs van Dublin. Jeroen Kuypers onderzoekt het misantropische gehalte in het werk van de Amerikaanse schrijver Philip Roth. Dennis De Roover herontdekt Alex Rosseels, de schrijver die worstelde met zijn homoseksuele geaardheid, en zijn zelfhaat projecteerde op andere homoseksuelen. De misantropie van de Franse schrijver L.F. Céline wordt beschreven in een essay van Koen van Elsen. De jonge Turkse schrijfster Irem Usar schrijft een korte misantropische parel. David Nolens laat zich gaan in een absurde dialoog over de zin en de onzin van misantropie. En de Nederlandse schrijver Boudewijn Van Houten eindigt de focus met enkele korte aforismen. Anneleen Decoux schrijft in de KIJK!-rubriek over Jan de Roek.   De beelden van jonge zelfbewuste en afstandelijke meisjes zijn van opkomend fotograaf Yoeri Hostie. De andere foto’s werden verzorgd door Sarah Wageman. . << Terug naar het archief