Einderloos, splijtvrees, meemoe, kinderlevend kinderleven, overlevingspijn, binnenstebuitentijd, wesjsmesj, faloe: het zijn woorden die je in dit nummer tegen zal komen, en nee, we hebben onze eindredacteur niet ontslagen, noch hebben slaaptekort of druilerige kleuters ons tot waanzin gedreven.
In welke taal vat je een ervaring als zwangerschap, waarin begrippen als ‘het zelf’ en ‘begrensde individuen’ poreus worden? De vloeibaarheid en veelvormigheid van moederschap laat zich slecht vangen in lineaire, eenduidige taal. Klassieke taal is gestoeld op scheiding en abstractie, en mist de nuances van de intense fysieke en mentale verwevenheid die met het moederschap komt. Bovendien lijven dominante kaders (politieke, medische, religieuze) het moederschap graag in vaste betekenissen in.
Benoem je bijvoorbeeld hoe krachtig de transformatie tot moeder kan zijn, dreig je ongewild verknoopt te raken in een deterministisch discours waarin niet alleen elke vrouw moeder zou moeten worden, maar dat elke moeder ook vervuld van haar rol zou moeten zijn. Zelfs het woord ‘moeder’ alleen al roept al het beeld op van een biologische moeder met een schare kinderen van eigen kweek, en uiteraard is het een vrouw.
Het moederschap wordt zo een strak verhaal waarin het moeilijk bewegen is. Wie mag zich moeder noemen? Hoe gedraagt een moeder zich? Dat soort onderliggende retoriek leidt af van het grote maatschappelijke potentieel dat in moederschap schuilt. Zoals journalist Lucy Jones schrijft, is het moederschap een domein van potentiële empowerment in plaats van onvermijdelijke onderdrukking.
Het opnemen van zorg, ook voor niet-biologische kinderen, het verschuiven van perspectief, de verhouding tot het bredere ecosysteem, het overstijgen van ideeën rond individu: dat kan een motor zijn voor verandering, voor bevrijding uit ons dolgedraaide kapitalistische systeem.
Daarvoor hebben we verhalen nodig. Terwijl die eeuwenlang afwezig waren in ons culturele referentiekader – omdat dat niet door moeders werd gemaakt. We beginnen nog maar net ruimte te geven aan verhalen over bevallen, borstvoeding geven, de zorg voor kinderen en het mentale proces, en nog steeds worden die als een ‘soft’ literair onderwerp gezien – alleen interessant voor mensen met kinderen – in plaats van een broedplaats voor vernieuwende ideeën over hoe we onze samenleving kunnen vormgeven.
Hoe klinkt onze moedertaal dan?
Toen het Letterenhuis aan Anneleen Van Offel vroeg om de nieuwe publieksexpo te cureren rond moederschap in de literatuur, wilde ze dit gepaard laten gaan met het laten creëren van zoveel mogelijk nieuw werk. Met dit nummer wil ze, samen met onze redacteur Sylvie Marie, de literatuur een stevige injectie geven van wat eeuwenlang onbeschreven is gebleven. Laat dit een poging zijn om het gekaapte discours over moederschap terug te claimen.
We vertrekken vanuit de diepte van de taal zelf: wat als het verlies van een ongeboren kind de taal volledig afbreekt? Samensteller Anneleen Van Offel schrijft over hoe een onmogelijke beslissing de verhouding tussen moederschap en schrijverschap onder hoogspanning zet. Runa Svetlikova verkent vanuit een reflectie over de betekenis en herkomst van het woord ‘moeder’ of het maatschappelijke verhaal rond moederschap kan herschreven worden door een nieuw woord voor moeder te bedenken. Voor Joke Van Caesbroeck onderstreept een kort, onverwacht woord de diepe affectieve band tussen haar en haar pluszoon.
We vroegen aan drie schrijvers om de transformatie naar het moederschap dicht op de ervaring te beschrijven: Lies Jo Vandenhende schreef in de vijfde maand van haar zwangerschap over hoe zwanger zijn haar moedertaal vormgeeft, Lise Delabie neemt ons net na haar bevalling mee in een bevallingsverhaal dat ze in twee perspectieven vertelt, samen met de vader van haar kind. En Kristien Spooren beschrijft hoe pril ouderschap je confronteert met de erfenis van je eigen kindertijd.
Joke Struyf duidt hoe matrescentieliteratuur de laatste jaren een nieuwe kamer in de literatuur opent, Kristien Hemmerechts, die één van de eerste bevallingsscènes schreef in de Nederlandstalige literatuur, blikt terug op hoe die destijds werd onthaald.
Over hoe moeders in een verhaal terechtkomen met strakke narratieve wetten, schreven Reinout De Pauw en Tania Verhelst aangrijpende gedichten. Aan Saskia de Coster, die met haar roman Nachtouders dat verhaal doorbrak, vragen we of ze zich jaren na publicatie nog steeds een nachtouder voelt.
Ook wensouderschap is ouderschap. Myriem El-Kaddouri zoekt bij haar voormoeders het antwoord op de vraag of ze het schrijverschap met haar kinderwens kan verzoenen, Siel Verhanneman neemt ons mee in het claustrofobische proces van eindeloze IVF-cycli, en in een tochtig cinemazaaltje wordt Ingrid Vander Veken geconfronteerd met dat ene, onvermijdelijke boek dat ze nog moet schrijven.
Moederschap en conflict zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De spanning tussen maatschappelijke verwachtingen rond thema’s als abortus, draagmoederschap en gewenste kindvrijheid, legt Anne Louïse van den Dool bloot in een reeks gedichten. In een kortverhaal van Tuly Salumu worstelt het hoofdpersonage met rouw na abortus en de spanning met haar neurodivergentie. Bij Salma Nachi zet het verlies van haar kind ook de doorgeknipte band van het personage met haar thuisland op scherp.
De verhouding tussen het moederschap en de wereldpolitiek rekt het begrip ‘moeder’ op, moet je zelfs kinderen hebben om te moederen? James Baldwin schreef dat elk kind op de wereld het onze is, waardoor moederschap een collectieve verantwoordelijkheid wordt, in plaats van een individuele keuze.
Sien Volders vertelt waarom ze regelmatig het boek Moeder van Gerard Walschap herleest, waarin de Tweede Wereldoorlog op een grimmige manier inbreekt in het leven van een jong gezin. Rodante van der Waal zet daar een hedendaagse gedichtencyclus over de genocide in Gaza tegenover.
Tot slot keert samensteller Sylvie Marie terug naar haar moedertaal, en beschrijft ze hoe fysiek geweld in het ouderschap een taalverschuiving teweeg brengt. Schrijven wordt hier de essentiële tussenstap tussen zwijgen en spreken.
Bij dit nummer en de expo in het Letterenhuis hoort ook de gelijknamige podcast Moedertaal, waarin Anneleen Van Offel in gesprek gaat met Bregje Hofstede, Erwin Mortier en Hind Eljadid, over het schrijven over moederschap, het schrijven over je moeder, en moederen combineren met het schrijverschap. Te vinden op alle podcastkanalen.
Anneleen Van Offel (gast-samensteller)
Sylvie Marie

