Een Andere Taal krijgt mooie recensie van Knack

Vandaag verscheen in Knack een mooie recensie over Een andere Taal op de nieuwe site Boekenburen.

Schrijven in Franstalig België

26/08/2009 07:00

Themanummer van literair tijdschrift Deus Ex Machina over schrijvers in Franstalig België.

deus300Deus Ex Machina heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot een pertinent literair tijdschrift, en doet zijn reputatie alle eer aan met het themanummer Een andere taal. Schrijven in Franstalig België. Samenstellers Hilde Keteleer en Kris Lauwerys slagen erin om een mooi evenwicht te vinden tussen beschouwende en literaire teksten.

Literatuurprofessor Kris Peeters schetst een degelijke status quaestionis over de status van de Belgisch-Franse literatuur ten opzichte van de letteren van het moederland. De netjes over het nummer verspreide vragenlijsten met antwoorden van uiteenlopende auteurs Caroline Lamarche, Thomas Gunzig en Jean-Philippe Toussaint en schrijver-uitgever Francis Dannemark vormen zinvolle, subjectieve kanttekeningen bij Peeters’ essay.

Volgens Francis Dannemark maken Belgische auteurs “minder uitgebreid gebruik van de mogelijkheden van de klassieke retorica” en hanteren ze “een beduidend armer lexicon dan dat van hun Franse collega’s”.

Hij voegt er wel aan toe dat dat Belgen dan weer wel vaak “een heel persoonlijke stijl hebben, die veel minder door het gewicht van de Franse literaire traditie is getekend.” Thomas Gunzig stelt met een intelligente knipoog dat “er niet zoiets bestaat als een eigenheid van de Belgisch-Franstalige literatuur tenzij men er naar op zoek gaat.”

Ook het departement fictie is de moeite. Rokus Hofstede vertaalt een onbekende tekst van Henri Michaux en becommentarieert diens complexe verhouding met Antwerpen. Absoluut hoogtepunt op literair vlak is het door Hilde Keteleer vertaalde kortverhaal Imbrogliopolis. De taal van de Yapoes van Bernard Quiriny, een Waal die in Bourgondië leeft en werkt, en zijn boeken uitgeeft bij een Franse uitgever.

Psychopathische hond

“In plaats van hun spruiten Piet, Paul of Margriet te noemen, geven (de Yapoes) hen de naam ‘Ik’, ‘Je’, ‘Hij’, ‘Zij’, ‘Ze’, ‘Jou’, ‘Jij’ of ‘Hem’. Het merkwaardige van die naamgeving valt niet meteen op. Om u een idee te geven: beeld u in hoe uw leven er zou uitzien als u ‘Je’ zou heten: u zou op straat elke keer omdraaien als iemand zich tot iemand anders zou richten in de tweede persoon enkelvoud, als een psychopathische hond.”

Quiriny’s ontleding van de geheimzinnige taal van de Yapoes is een welhaast Borgesiaanse parabel die glanst van intelligentie en humor. Hopelijk komt een Vlaamse uitgever op het idee om uit te zoeken of de rest van zijn oeuvre even verrassend en boeiend is.

Als literair doorgeefluik enerzijds en essayistisch reflectieorgaan anderzijds vertolkt Deus Ex Machina met Een andere taal knap zijn rol als literair tijdschrift. Het is tevens een mooi afscheid voor redactielid Kris Lauwerys die na jaren sturend werk zijn engagement stopzet om zich meer te kunnen concentreren op zijn werk als literair vertaler.

Deus Ex Machina, Een andere taal.
Schrijven in Franstalig België, juni 2009, nr. 128
Prijs: 8 EUR

Bart Van Loo

Hilde Keteleer maakt romandebuut

Hilde Keteleer, die tien jaar lang redactrice was van Deus ex Machina, en nog steeds heel veel vertaalwerk uit het Duits en het Frans voor de redactie verwezenlijkt, stelt vrijdag haar eerste roman Puinvrouw in Berlijn voor. De voorstelling vindt nu vrijdag plaats in het Letterenhuis te Antwerpen. Erbij zijn is de boodschap.

keteleer

Over de roman:

Een Vlaamse journaliste werkt in Berlijn. Ze wordt hals over kop verliefd op de even zinnelijke als enigmatische Gregor voor wie ze werk en vrienden laat staan. In een roezig spel van aantrekken en afstoten laat Gregor haar Berlijn zien. Samen met de pogingen om een gemeenschappelijke taal te vinden, komt ook het verleden van beiden naar boven. Stad en taal worden hoofdpersonages. Berlijn wordt het raamwerk voor de geschiedenis die net als de taal in flarden komt.

Over Hilde:

Gedichten van Hilde werden o.a. gepubliceerd in De Brakke Hond, De Gids, Revolver, Poëziekrant en Krautgarten. In 2001 verscheen bij De Wereldbibliotheek Al wat winter is en waar, haar poëziedebuut, en in 2003 bij Le Fram de tweetalige dubbele bundel Twee vrouwen van twee kanten / Entre-deux, met de Franstalig Belgische Caroline Lamarche. Haar jongste bundel, Deuren, verscheen in mei 2004 bij de Wereldbibliotheek.

Voorwoord een andere taal

c05Om u warm te maken voor het jongste Deus Ex Machinanummer ‘Een andere taal’ vindt u hieronder het voorwoord uit het tijdschrift.

Bernard Quiriny, een Waal die al 25 jaar in Frankrijk woont, was met Contes carnivores in 2008 de laureaat van de Prix Rossel, de grootste literaire prijs in Franstalig België. Quiriny plaatst zich onder andere in de Belgische surrealistische en post-surrealistische traditie. In zijn pantheon staat Sortilèges (onlangs voor het eerst in het Nederlands vertaald in de bundel Reis door mijn Vlaanderen) van Michel de Ghelderode.  

Alain Berenboom, een uit Poolse ouders geboren Brusselse professor auteursrecht, directeur van de Koninklijke Cinematheek, chroniqueur van Le Soir en schrijver van romans waar de grap steeds om de hoek loert zegt in een heerlijk ironisch artikel: ‘Naar het schijnt ben ik een schrijver uit de Franse gemeenschap van België.’ 

Jean-Philippe Toussaint, wereldberoemd met boeken als De badkamer of De liefde bedrijven woont en publiceert in Frankrijk en vindt zijn Belgische afkomst ‘toevallig’. 

Drie willekeurige namen uit dit nummer, drie volkomen verschillende verhalen. 

Als steeds op zoek naar ‘een andere taal’ ging Deus ex machina een kijkje nemen bezuiden de taalgrens. Een andere taal? Andere talen, vanzelfsprekend. Zoveel schrijvers, zoveel talen. We vroegen ons af hoe de letteren ervoor staan in het andere deel van het Belgische trouwboekje. De redactie hield een enquête bij een keur van een aantal bekende Belgisch Franstalige schrijvers en vroeg naar hun literaire wortels, naar hoe ze hier te lande gepercipieerd worden en naar hun plaats binnen het Franse uitgeefbestel.

En we verzochten twee literatuurwetenschappers om het Franstalige literaire veld te belichten. ‘De etnoloog die zich buigt over het geval van de francofone Belg en zijn relatie met Parijs, kan vervolgens alleen maar in het slop raken,’ wordt in ‘Belgische letteren en een Parijse bril’ gesteld. Hetzelfde geldt bij uitbreiding voor de Belgisch-Franstalige schrijver.  

We wentelden ons met graagte in dat slop, kregen vele waarheden te horen, lazen met verrukking enkele recente kortverhalen en gedichten. We hebben niet geprobeerd de Belgisch-Franstalige literatuur onder een noemer te bregen, u krijgt onze keuze en vrac voorgeschoteld: verhalen, essays, gedichten, stellingnames en twee impressies over Vlaanderen.  

Het beeldmateriaal werd ons bereidwillig ter beschikking gesteld door Camille de Taeye, de Brusselse schilder die heen en weer pendelt tussen Magritte, Khnopff, Ensor, Blake, Redon. 

U ziet het: terwijl Vlaanderen zich steeds meer op zichzelf lijkt terug te plooien, gooit Deus ex Machina de ramen open en laat het wind uit het Zuiden binnenwaaien. Verfrissend, bevreemdend of herkenbaar, de Belgisch-Franstalige literatuur is veelvormiger en rijker dan u denkt.  

De redactie 

DEM-redactrices tonen poëzie op ART.5

art5Na een geslaagde tentoonstelling in Harelbeke zijn DEM-redactrices Lies Van Gasse en Sylvie Marie samen met David Troch en Wouter Steyaert nu te gast in Beveren voor de tentoonstelling A.R.T.. Die is aan zijn vijfde editie toe.

JC Togenblik organiseert opnieuw (in samenwerking met enkele artistiek gemotiveerde vrijwilligers) een groepstentoonstelling tijdens de Beverse Feesten. De klemtoon ligt op jonge, Wase kunstenaars. Eveneens wordt een zo divers mogelijke mix van disciplines nagestreefd zoals beeldhouwen, fotografie, schilderkunst, installaties,… Enkele deelnemende kunstenaars zijn Joris Van Vossel, Jan Van Vossel, Maarten De Laere, Mire, Von Picässenstein en nog vele anderen. Lies, Sylvie, David en Wouter brengen gedichten die in het thema van water kaderen. Met video, geluid en animatie zetten ze hun woorden kracht bij.

 

 

Meer info via arttogenblik@gmail.com.

Openingsuren: woensdag, zaterdag en zondag van 14.00 tot 22.00 u. Donderdag en vrijdag van 19.00 tot 22.00 u.

Inkom: Gratis

ART5-Eflyer

Deus Ex Machina nr. 128 is uit!

c05Voor al diegenen die dag na dag naar de brievenbus zijn gewandeld met maar één doel, voor al diegenen die hebben staan popelen tot ze de slappe lach van het woord ‘popelen’ kregen, eindelijk, relief! De nieuwe Deus, nummer 128 al, is er!

In een context waar het Belgische huwelijk steeds meer op de klippen lijkt te lopen, gaat de nieuwe Deus ex Machina lezen in de Franse helft van het trouwboek en brengt:
* een staalkaart van nieuwste Belgisch-Franstalige literatuur
* een enquete onder auteurs over hun positie tegenover de Vlaamse en de Parijs-Franse literatuur
* een paar lichtjes waanzinnige verhalen
* twee inzichtelijke essays vertellen dat er leven in de brouwerij is ten zuiden van de taalgrens.

Uiteraard is er ook nog onze vaste rubriek ‘het gevaar van debuteren’ waarin we Anne Provoost ditmaal aan het woord laten, en onze losse bijdragen. U leest gedichten van Arnoud Rigter, verhalen van David Veldman en Omar Munoz en een selectie van belangrijke Mexicaanse dichteressen! Ten slotte neemt Yvan De Maesschalk in de rubriek ‘Kijk’ de gelegenhei om de poëzie van Marc Tritsmans door te lichten.

Over nr. 122: Open source en sampling

samplingZoals muzikanten vandaag de computer als hulpstuk gebruiken om op de achtergrond van hun eigen exploten Nina Simone en Jim Morisson een duet te laten zingen, zo heeft ook de hedendaagse auteur begrepen dat recyclage een goede tekst niet schaadt. Lanoye bewerkte de koningsdrama’s in Schoen Vlaamsch, Peter Verhelst weefde met zijn proza een web van intertekst en maakte van het lezen een spel van ontdekken en herkennen. Sampling is niet nieuw. Ook Hadewijch parafraseerde bijvoorbeeld graag de Bijbel, en de vele teksten die uit de dierenfabels van Aesopus gegroeid zijn, doen vermoeden dat zelfs de geschiedenis van de oude literatuur er een was van vertellen en hertalen.

Wat dan met dat auteursrecht? Christian De Koninck legt het in dit nummer haarfijn uit. Zijn essay kan gelezen worden als een reactie op het speciaal voor dit nummer vertaalde essay De extase van de beïnvloeding van Jonathan Lethem. Lethem gooit de grenzen open met zijn standpunt dat waar voorheen nog de voorzichtigheid van het intellectuele eigendomsrecht gold, nu elke vorm van beïnvloeding moet kunnen. Hij daagt de auteur uit zich zonder de minste remmingen toe te eigenen wat hem inspireert en dit een nieuwe, eigentijdse vorm te geven.

Vier prozaschrijvers en vier dichters namen op onze vraag hun literaire voorbeelden onder handen en pikten zich een weg naar de originaliteit. Erik Jan Harmens, Tsead Bruinja, Norbert De Beule en Mustafa Stitou leverden gedichten, Christiaan Weijts, Thomas Blondeau, Annelies Verbeke en Bart Koubaa produceerden verhalen waarvan hier en daar een zin verdacht bekend klinkt. Bruinja pakt naar gewoonte een Fries gedicht aan, Harmens samplet voor de verandering zichzelf, Stitou doet iets verrassends met twee niet zo heel bekende teksten en De Beule slaat, in navolging van Pessoa, aan het boekhouden. De prozaschrijvers trekken nog wat verder de absurditeit in: u leest een meesterlijke gedaanteverwisseling van Blondeau, een eindeloze kroegentocht van Koubaa, de mond van Verbeke en de Shakespeare-chatbox van Weijts.

Aanvullend op dit nieuwe werk vindt u ook de intrigerende tekst Nog een verhaal van Ingo Schulze. Een anonieme verteller samplet in dit verhaal onder andere de treinreis die Imre Kertész en Peter Esterházy van Wenen naar Boedapest maakten, zich ondertussen verliezend in biografische verwijzingen en perspectiefwisselingen. Uiteraard moest ook het tegenwoordig erg actuele flarf-genre, poëzie die via zoekmachines op het Internet gegenereerd wordt, in dit nummer vertegenwoordigd worden. Flarf-poëzie wordt geweven door via google trefwoorden in te geven. Elk woord levert een aantal omschrijvende zinnen op die als autonome dichtregel worden gebruikt. Onlangs ontstond de allereerste Nederlandstalige flarf-bundel, maar het genre is van oorsprong Amerikaans. Michael Magee, een van de grondleggers, gaf ons de toelating voor de vertaling van een aantal van zijn gedichten uit de cyclus My Angie Dickinson, samen met de verhelderende tekst “Wat is een Internetschrijver?” Het dossier sampling wordt meesterlijk afgesloten door Tom Nys, die ons meeneemt door de krochten van zijn herinnering om te achterhalen hoe en wanneer het samplen eigenlijk ontstaan is. Gepassioneerd heeft hij het over zijn eerste liefde, de dancemuziek, en vertelt hij hoe die voor hem een wereld opende van obscure tracks, smoezelige deejays, hip hop, samplers en niet te vergeten natuurlijk het copyright. In een diepgravend essay gaat hij op zoek naar de essentie van popmuziek en belandt hij in een wereld die misschien nooit bestaan had zonder een minimale vorm van plagiaat.

Zestien jaar na zijn overlijden is oud-DeM-redacteur, schrijver en criticus Leo Geerts wat vergeten. Onterecht, zo vonden wij. We vroegen Johan Vandenbroucke terug te blikken op zijn voorbeeld als criticus en om ‘s mans oeuvre aan een kritische blik te onderwerpen. Een paar brieven uit Leo Geerts’ correspondentie tonen aan dat vergetelheid soms onterecht kan zijn. We starten ook met een nieuwe rubriek, In de luwte, waarin publicaties die niet via de gebruikelijke recensiekanalen werden opgemerkt hun verdiende aandacht krijgen. Beeldend kunstenaar en essayist Kris Gevers werpt een verhelderende blik op Nachtschip Night van Marguerite Duras en bezorgde ook een schilderij dat u als poster in dit nummer terugvindt. Vertaler Rokus Hofstede leverde nog een extra intense, korte tekst van Duras.

En als kers op de taart beginnen we met een tweede nieuwe rubriek, Klein Gedrukt, waarin we telkens een onafhankelijke, kleine uitgeverij in de spotlights zetten. De aftrap is voor de Calamaripress, een small press uit New York, die een frisse symbiose nastreeft tussen tekst en beeld. U leest een fragment uit de bevreemdende roman Part of the World van Robert Lopez, twee korte verhalen uit Poste Restante van Derek White en een paar hoofdstukken uit Good Brother, de literaire droomwereld van Peter Markus.

De redactie

MEER OVER HET OPEN SOURCE EN SAMPLINGNUMMER VIND JE HIER

Over nr. 123: Verhalen van verval

 
 

 

 

verhalenverval

Deus ex Machina houdt de vinger aan de pols van onze onrustwekkende tijd, die de koortsdromen van schrijvers lijkt aan te wakkeren. Voor een gevoelige geest zijn er aanleidingen genoeg: bevolkingsexplosie, opwarming van de aarde, vluchtelingenstromen, terrorisme, preventieve oorlogen, verruwing alom. Er wordt duchtig gespeculeerd over scenario’s voor allerhande dystopieën en niet zelden vreest men alles wat dierbaar is te verliezen in een ware Apocalyps. Opvallend is dat velen deze toekomstbeelden niet louter produceren als een vrijblijvend doemdenken, maar dikwijls schrijven vanuit een drang om vraagtekens te plaatsen bij een geperverteerd maatschappelijk of economisch bestel. Karl Popper schreef: ‘De poging om de hemel op aarde te verwezenlijken, brengt steeds de hel voort.’Wij hebben voor u het beste geselecteerd uit de hedendaagse dystopische en apocalyptische literatuur. Michiel Kroese opent met een inleidend essay Visioenen van een vergane wereld. Hierin wordt nagegaan hoe sommige grote romanschrijvers de vernietigende kracht van verstarde ideologieën voorspellen of over een postapocalyptische aarde fantaseren. We hebben enkele verhalen opgenomen uit de prachtige Amerikaanse bundel The Apocalypse Reader. Cultschrijver Brian Evenson vertelt het verhaal van een man die probeert te reconstrueren hoe hij uitgroeide tot een nieuwe Jezus in de Midwest. Joyce Carol Oates laat twee schijnbaar onafhankelijke verhaallijnen botsen in een Apocalyps. Shelley Jackson fantaseert over wat er gebeurt wanneer een hondenpoot uit de lucht valt en Justin Taylor beschrijft hoe een vrouw ongewild een poolverschuiving veroorzaakt.

Ilse Logie schrijft een essay over de Apocalyps in de hedendaagse Hispano-Amerikaanse literatuur. Als voorbeeld presenteren we een voorpublicatie uit 2666 van de Chileen Roberto Bolaño. Het is een epos van meer dan duizend bladzijden met als spil de moorden op honderden vrouwen in een Mexicaanse stad die grenst aan de VS. Bolaño liet zich voor dit verhaal inspireren door de nog steeds onopgeloste moorden in Ciudad Juárez, het onderwerp ook van de film Bordertown met Jennifer Lopez in de hoofdrol. Van de Colombiaan Fernando Vallejo leest u een fragment uit de roman La Rambla paralela.

Isolde Vanhee stelt vast dat vele dystopische films zich afspelen in downtown Londen. Niet zelden dreigt deze wereldstad te vergaan in een zombie-invasie of een pandemie. Ook andere taalgebieden in de hedendaagse literatuur hebben we afgezocht op het dystopische en apocalyptische gehalte ervan. István Baka is een Hongaarse schrijver die in pure gothicstijl een verhaal schrijft met de titel Het jongetje en de vampiers. Maar liefst drie Denen brengen apocalyptische literatuur. Peter Adolphsen schrijft drie korte parels met als titels De verspreide botten, Verwarde aarde en De goeroe van de koning. Van Kirsten Hammann vertaalde Edith Koenders een fragment uit de roman Bannister, en van Mathilde Walter Clark het verhaal ‘Het woord’ uit de roman De chaos der dingen. Een fragment uit Des anges mineurs van de Franse geheimtip Antoine Volodine heeft het over lagere engelen die ronddwalen in een desolate omgeving. Dan volgt een uitstapje naar het woelige Georgië: Zoerab Karoemidze verwijst in De parados naar de massabetogingen en de burgeroorlog die begin jaren ’90 Georgië in rep en roer zetten.

Philip Fokker beschrijft het genot dat wordt ervaren bij het spelen van dystopische of apocalyptische games en loodst ons in zijn essay door bespeelbare nachtmerries in nieuwe werelden. De Italiaan Fabrizio Venerandi laat de taal tollen in een psychotisch hoofd, een tekst die lijdt onder betrekkingswanen. De Poolse Duitser Mariusz Muszer levert een fragment uit zijn sciencefictionroman Gottes Homepage. Een verhaal waarin mensen, klonen en hologrammen naast elkaar leven in het nieuw ‘regenboogtijdperk’.

Jan Bettens grasduint door vergeten antiquarische Nederlandstalige kleinoden en recenter dystopisch of apocalyptisch geweld in een korte beschouwing Vlaamse profeten. Jonge Vlaamse belofte Joost Vandecasteele laat bijna-mensen tegen elkaar opbotsen in een woontoren. Jeroen Theunissen dicht over verloren gegane mystiek in Explore Antartica! en Han van der Vegt schrijft het prozagedicht De kelken.

Als afsluiter toetst Ludo Abicht de waarde van het Bijbelboek Apocalyps aan de Westerse literatuur in zijn uitdagende essay Zie ik maak alles nieuw. De Apocalyps als het Boek van de Laatste Kans. Hij biedt een paar mogelijke keuzes aan die een alternatief bieden voor ‘de heersende utopie’, in de hoop dat de wereld niet helemaal ten onder zal gaan.

Het beeldmateriaal bestaat uit foto’s van Yoeri Hostie en Isabelle Pateer, aangevuld met filmstills. De tekening op de achterflap is van Sam Vanallemeersch.

Wij wensen u een frisse duik in al dit lettergeweld. Misschien brengt dit nummer u wel een openbaring.

De redactie

 MEER OVER HET VERVALNUMMER VIND JE HIER

 

 

 

 

Over nr. 124: Koerdische literatuur

In de meeste Koerdische gebieden is censuur niet eens het ergste wat de literatuur treft. De situatie is veel dramatischer: het gebruik van de Koerdische taal wordt veelal gewoon verboden – de bestaansvoorwaarde voor literatuur wordt gefnuikt. Dat er in deze repressieve context überhaupt iets is ontstaan als een Koerdische literatuur, heeft te maken met een sterke orale traditie, ontzettend veel moed van hen die hun heimat niet verlieten en toch publiceerden én met nieuwe impulsen van schrijvers in ballingschap.In samenwerking met Het Beschrijf en het Koerdisch Instituut Brussel heeft  Deus ex Machina een selectie gemaakt van hedendaagse Koerdische schrijvers, zowel uit Koerdisch gebied als – veelal – uit de diaspora. Teksten uit Syrië, Irak, maar ook uit Duitsland, Frankrijk of Australië. Teksten in het Kurmanci of het Sorani (de grootste Koerdische dialecten) maar ook in het Engels of het Frans. Dat dit een bijzonder kleurrijk palet oplevert, hoeft niet te verbazen. Met dit nummer bieden we een zeldzaam forum aan een literatuur die amper ooit rechtstreeks in het Nederlands werd vertaald.

Verder starten we in dit nummer met twee nieuwe rubrieken. ‘In de luwte’ wordt een plek waarin schrijvers in een essay een werk uit de Nederlandse literatuur opdiepen en zo indirect meewerken aan een verrijking van de canon. In dit nummer viste Christophe Vekeman Een zwakke van Frans Coenen op.

De tweede nieuwigheid is een hoekje waarin auteurs reflecteren over hun debuut. Het wordt een veelbelovende reeks, een plek waarin auteurs hun poëticale ontwikkeling schetsen. Paul Mennes steekt openhartig van wal.

In de rubriek ‘Klein gedrukt’ belichten we ditmaal de Franse uitgeverij Allia. We trakteren u op een interview met de eigenzinnige uitgever, Gérard Berréby, en op teksten van nieuwe Allia-talenten, Eric Chauvier en Claire Marin.

Verder zaten in onze postbus verstorende kortverhalen van Agota Kristof, een dromerige Nocturne van Arjen van Meijgaard en Loopse teven van John Toxopeus. En poëzie van Herman Leenders, Anna De Bruyckere en van Juan Manuel Roca, in een vertaling van Stefaan van den Bremt.

Nick Hannes zorgde voor schitterende foto’s uit de Koerdische regio.

De redactie

 MEER OVER HET KOERDISCHE NUMMER VIND JE HIER

 

 

 

 

 

Over nr. 125: Kafka

Op 3 juli 2008 was het 125 jaar geleden dat Franz Kafka werd geboren. Voor Deus ex Machina een uitgelezen gelegenheid om eens stil te staan bij de literaire nalatenschap van deze cultauteur en bij de invloed die hij vandaag op de literatuur uitoefent.

Een internationaal gezelschap van auteurs, kenners en wetenschappers dompelen u onder in Kafka’s denkwereld. De Britse succesauteur Zadie Smith analyseert haarscherp de kracht en aantrekkingskracht van Kafka’s werk. Yves Petry en Thomas Gunzig brengen een literaire hulde, en via DeM-redacteur Michiel Kroese leren we ook Vladimir Nabokovs waardering voor Franz Kafka kennen. Professor Vivian Liska en Urbanmag-redacteur Gunther De Wit buigen zich beide over Kafka’s ambigue houding ten opzichte van de vrouw. Op het leven van de laatste vrouw in Kafka’s leven baseerde Kathi Diamant een gefictionaliseerde biografie, waaruit we een fragment publiceren.

Maar we wilden meer dan alleen stilstaan bij het leven en werk van Franz Kafka. We wilden een actuele, maatschappelijke dimensie aan dit nummer geven. Want de verbanden tussen het wereldbeeld dat Kafka in zijn romans en novellen schetst en de reële wereld van vandaag worden steeds duidelijker en talrijker. Politieke spanningen en mondiale bedreigingen, maatschappelijke paranoia, oprukkende beveiligingscamera’s, internationale DNA-banken en onuitwisbare virtuele vingerafdrukken – allemaal fenomenen waardoor het individu steeds meer het gevoel krijgt de controle op de hem omringende wereld en, erger nog, op zijn eigen bestaan te verliezen. Of zoals John Calder, jurylid van de prestigieuze Praagse Franz Kafka Award, in zijn bijdrage tot dit nummer het verwoordt: Kafka’s imaginaire wereld is ‘een pijnlijk nauwkeurige metafoor [geworden] voor de mogelijke toekomst waarmee we tegenwoordig worden geconfronteerd.’

Juist daarom leek het ons interessant om bij auteurs en artiesten te peilen naar kafkaëske factoren in hun eigen bestaan of om hen te vragen zich in te leven in een hedendaagse versie van Josef of Josefina K. Die vraag leverde een aantal verrassende resultaten op. Thomas Möhlmann sluit, in de reeks gedichten die hij voor dit themanummer schreef, de lezer op in een raadselachtig existentieel labyrint. De jonge Nederlandse schrijfster Claire Polders stelt de eigen identiteit in vraag. Frans Kusters roept de machteloosheid op van een huiselijk, psychisch drama. Het Antwerpse theatercollectief Salomee Speelt liet zich door Lewis Carrol en Murakami maar vooral door Kafka inspireren voor de voorstelling ‘Alice in A’. Van de laatste beweging uit de theatertekst van die voorstelling vindt u in dit nummer een bewerking.

Het kafkagedeelte wordt mooi aangevuld door twee vaste rubrieken. In ‘In de luwte’ bespreekt Reinout Verbeke zijn fascinatie voor de dichter Leopold M. Van den Brande en in ‘Het gevaar van debuteren’ gaat Willem van Zadelhoff op zoek naar de betekenis van zijn eerste pennevruchten. We sluiten dit nummer af met een actuele beschouwing van Harold Polis over de invloed van het internet op het papieren boek.

Dat het nummer ook visueel in een mysterieuze, film noir-achtige sfeer baadt, is voornamelijk te danken aan de Franse fotograaf Jérôme Sevrette. Hij stelde zijn unheimliche reeks ‘L’Asile des Mouches’ ter beschikking. Ook is er de adaptatie van Kafka’s kortverhaal ‘De Brug’, door de New Yorkse graphic novelist Peter Kuper. En als kers op de taart presenteren we een unieke reeks portretten van de familie Kafka, inclusief een dromerig portret van een nog piepjonge Franz.

De redactie

MEER OVER HET KAFKANUMMER VIND JE HIER