135cover     n° 135 - Imago en biografie   VOORWOORD   ‘You love who you think I am’ De Amerikaanse rockband Pearl Jam wilde zichzelf, na het onverwachte succes van hun debuutalbum Ten, het liefst begraven. De bandleden waren geschrokken van alle aandacht, de publiciteit en de miljoenen fans die uit het niets op hen afkwamen. Pearl Jam besloot in een paniekreactie om rond hun tweede album Vs. geenpubliciteit te genereren. Geen van de nummers werd als single uitgebracht, laat staan als videoclip op MTV aangeboden. Interviews werden afgewezen. Enkele jaren later zei zanger/gitarist Eddie Vedder over de hysterie: ‘Massa’s fans kwamen op mij af, hysterisch gillend: Eddie, I love you! No, wilde ik zeggen, you don’t love me, you love who you think I am.’ Roem brengt een imago met zich mee. Dat geldt evenzeer voor de literatuur als voor de popmuziek. In sommige gevallen creëert de schrijver welbewust zijn imago; in andere gevallen overkomt het hem. Sommige schrijvers hebben immers al een naam opgebouwd met ander werk – wat hen ook een imago oplevert. Andere dan weer hebben gewoon iets staan op hun paspoort dat voor of tegen hen kan spreken. Ze zijn de zoon of dochter van een bekend iemand, ze zijn allochtoon, ze zijn extreem jong of extreem oud. Ook hun geaardheid kan hen een imago verschaffen. Soms is het hebben van een bepaald imago een succesverhaal, andere keren keert het imago of de biografie zich onverbiddelijk tegen de schrijver. In dit nummer licht Deus ex Machina de rol van imago en biografie voor de schrijver door. Michiel Kroese plaatst de rol van imago en biografie in een historische kader. Theo Kars verklapt ons hoe het schrijven van een autobiografie kan bijdragen tot meer zelfinzicht. Celia Ledoux vertelt ons wat het egodocument te maken heeft met angst, ego’s en glazen burgers. En volgens L.H. Wiener zijn authenticiteit en stijl de pijlers waarop alle ware literatuur rust. Max Moragie beschrijft de lotgevallen van schrijvers die naam proberen te maken in de schaduw van hun beroemde schrijversvader. En hoe gedragen critici, lezers en uitgevers zich tegenover een imago? Die vragen worden beantwoord door Roel Weerheijm die de beleving van critici schetst en uitgever Dirk Demuynck die vertelt over het fiasco van de literaire marketing. Hedwig Speliers leverde een bijdrage over de rol van de biograaf en Katrien Verreyken over die van de ghostwriter. Frank Pollet ging op bezoek bij Frans Wuytack, een dichter wiens leven te onvoorstelbaar lijkt om waar te zijn. Nachoem Wijnberg tekende voor het gedicht om het onderwerp te omschrijven. En Sylvie Marie licht met een ironisch verhaal de (virtuele) leefwereld van de jonge, hedendaagse schrijver toe. Ook in de vaste rubrieken zit het centrale vraagstuk van dit nummer verscholen. Voor deze editie van ‘het gevaar van debuteren’ sprak Sylvie Marie met Thomas Claus over zijn omstreden debuut Lucas Somath.. In het kader van ‘Kijk!’ is er dan weer een voorpublicatie uit de roman Een Hermelijn in Tjernopol van Gregor von Rezzori. Diens memoires waren zo intrigerend dat vertaler Kris Lauwerys de geboortestreek van de schrijver ging opzoeken. Voorts vind je in dit nummer gedichten van Ann Van Dessel en een verhaal van M.H. Vesseur. De schilderijen zijn van de hand van Bram van Kinsbergen (°1984). Hij schildert meestal portretten van mensen, van heel direct tot heel absurd en abstract. De inspiratie ontleent hij aan gesprekken of karakters uit films en magazines. In zijn portretten probeert hij de grenzen tussen innerlijk en uiterlijk, vrijheid en plicht, onbewust en bewust op te heffen. Hij exposeerde reeds in België en Turkije. Meer info: www.bramkinsbergen.com De zwart-wit illustraties zijn van de dichter Lucebert (1924-1994). De beelden werden ons ter beschikking gesteld door vzw P’ART / Kunstenfestival Watou2010 in het kader van presentatie/selectie – 10x Lucebert door Josse De Pauw. Het copyright ligt bij de erven van Lucebert. Lucebert was een waar dubbeltalent. Ook dubbeltalenten hebben een specifiek imago. Steeds wordt immers de vraag gesteld waar de man of vrouw in kwestie nu eigenlijk beter in is. Met de illustraties van Lucebert wordt duidelijk hoe ridicuul die vraag eigenlijk is. . << Terug naar het archief