De redactie kreeg gisteren een lezersbrief binnen met de boodschap:

Geachte,

Hierbij enkele overpeinzingen bij lectuur van het zogetitelde overbodige nummer van D.E.M. van december2009
Geheel vernaculair zou ik zo zeggen :
Goe Bezig!, Nie pleuje!
M.a.w. : een voorspoedig en geslaagd 2010, succes in al uw ondernemingen, wat D.E.M. betreft : ad multos annos.

Omdat de redactie dergelijke feedback en eigen gedachtenstromen apprecieert, bij deze de overpeinzingen:

D.E.M 130-dec 2009 / Overbodig Nummer 

Enkele notities 

Culturele en Literaire Tijdschriften(verdrerop CeLT-tijdschriften geheten) zonder degelijke webstek zullen allicht verdwijnen. In dit opzicht moeten ook literaire en/ofculturele tijdschriften, voorzover ze ipso facto organisch vergroeid zijn met hun onmiddellijke en verdere omgeving(‘Umwelt’) de e-wereld niet schuwen, maar als nieuwe opportuniteit zien met eigen mogelijkheden en beperkingen, en zelfs nog steeds en tot nader order behoorlijk wat groeipijnen. Ik denk daarbij aan de voor mij oogopenende ervaring die ik mocht beleven bij de kennismaking met een autentiek fascikel van de Gutenberg-Bijbel. Men drukte nog lange tijd teksten zoals voorheen monniken in scriptoria hun manuscripten vervaardigden, om die dan te laten verluchten en inbinden. Pas generaties later werden de nieuwe drukmogelijkheden ten volle benut, zonder het manuscript volledig te verdringen. Tot op vandaag trouwens wordt heel wat eerst manuscripturaal gedaan eer de tekstverwerker van stal wordt gehaald. In de non-fictie is het pas vrij recent dat teksten elektronisch kant en klaar volgens een voorgegeven format  over het web moeten worden aangeleverd. Twee nieuwere evoluties zijn het printen on demand, wat de aflevering betreft, en het rechtstreeks voeden van de printbesturing of webstek, wat de toelevering betreft.

Dat tijdschriften komen en gaan, hangt samen met hun organisch karakter en dito verwevenheid met de hun relevante evenzeer organische omgeving. Terecht wordt  Deus ex Machina als voorbeeld gesteld wat betreft inhoud en vormgeving van zowel de gedrukte als elektronische verschijningsvorm. Houden zo! 

Met of zonder uitgebouwd webplatform kunnen de zogenaamde CeLT-tijdschriften wel degelijk het debat voeden : bijv. circuleert rond Streven een wolk van leesgroepen, ttz. mensen die elkaar regelmatig opzoeken ter bespreking van artikels van het tijdschrift. 

Naast het organisch karakter van CeLT-tijdschriften dat hun voortbestaan als genre waarborgt, is er ook een wat technisch, misschien zelfs synisch argument dat ik bij de stromingsleer haal :

In de stromingsleer kent men als belangrijke singulariteiten ‘sinks’(putten, waarin de vloeistof verdwijnt en ‘wells’(bronnen, waaruit de vloeistof opborrelt) sinks en wells hebben eigen, typische stromingspatronen. Het overgrote merendeel van gedrukte en elektronische media zijn louter sinks, waarin het mooie en creatieve van het uniek menselijke taalvermogen onherroepelijk wegzinkt in de modder (hier mogen we wel niet vergeten dat juist in de modder de witte waterlelie geworteld is). CeLT-tijdschriften zijn verademende, welkome bronnen waaruit die uniek menselijke talige en andere culturele creativiteit opborrelt. Alleen al het naakte feit dan ‘sinks’ niet kunnen blijven bestaan zonder ‘wells’ doet hopen dat er hoe dan ook een toekomst blijft voor CelT-tijdschriften. 

Persoonlijk vind ik CeLT-tijdschriften in brede zin te waardevol om ze na lectuur te archiveren en te zien staan blinken op de plank.

Na mezelf op tijd en stond te laven aan het verfrisende van Deus ex Machina, Streven, De Poëziekrant, Het Liegend konijn, en bij uitbreiding Plots, Eisner( in brede L-zin CeLT, gelet op de doorbraak van de graphic Novel ;in onze 2-dimensionale beeldcultuur wordt : lezen meer en meer een 2D-ervaring!), daarnaast ook de oogopenende National Geographic, Le Monde Diplomatique( in brede C-zin CeLT , gelet op dewereldverwevenheid : de wereld, ons dorp, is nu reeds cultureel bepalend en wordt dat nog meer), tot slot Natuurwetenschap en Techniek(( eveneens in brede C-zin CeLT, gelet op de impact van wetenschap en techniek op alle aspecten van ons leven!) geef ik de nummers steevast door via lerarenkamer of aan kennissen allerhande. Het nut van geld ligt in hetcirculeren ervan ; dit geldt onverkort ook voor dit soort tijdschriften vind ik.
 

Bernard Boone, Heverlee, 10/01/10