Voorstelling Speliersnummer en boekvoorstelling ‘Als God in Frankrijk’  27/02 16u in poëziecentrum.

foto interview 2In 2007 verscheen de bundel Engelen geduld, voorlopig Speliers’ laatste klassieke bundel gestructureerd rond het brede beeld van de engelen in allerlei variaties en verschijningen. Later volgen er nog enkele boeken zoals de mooie bundel naar aanleiding van een tentoonstelling over het werk van Elias of de reisgedichten verzameld in de tweetalige editie Len de l’el.  Net zoals de gedichten verzameld in De stem van de stad die hij schreef als (officieus) stadsdichter van Brugge, zijn dit thematisch geordende gelegenheidsgedichten, geen strak gestructureerde bundels. Maar daarover meer de volgende keer.

 

Engelachtig

Kom Giotto, schilder mij je zelfportret
zodat ik mij in jou herken: engelen beamen
je gedrongen hoofd, je korte dikke nek,
je zware kaaklijn en je grote koeienogen.

Kom Giotto, kauw je kiezen stuk
op je penseel, drink diep door,
je botten dragen sporen van arsenicum,
lood, aluminium, mangaan en zink.
Wie schilderen kan, kent verfpigment
en kleurrijke schakering van de dood.

Kom Giotto, schilder mij meer mens dan engel
in het blauw van Maria’s mantel, azuriet
dat blauw in taal verandert. Taal in lied.
———-
Engelenvaart

Sneeuwblind onder hun witte vleugeloksels
tillen zij mij op, eerst bij mijn linkerbeen
en dan bij mijn rechter. Zij zuigen in de trechter
van de aarde mijn lichaam mee tot hemel nadert.

Dan pas wordt het feest: een kring van engelen
duizelt uit mijn hoofd, ze zingen hun kringen
open en hun geklapwiek is muziek van De Rore.

Zie, ze staan open de hemelpoorten
op gezandstraalde vertes en halleluja’s
lachen uit de monden van het heilig koor.

Ja, ontegensprekelijk is dit de hemel
die ik door mijn aardse zorg verloor.