Voorstelling Speliersnummer en boekvoorstelling ‘Als God in Frankrijk’foto interview 2 27/02 16u in poëziecentrum.

Heen (2004) is zonder meer Speliers beste bundel uit zijn milde periode. In deze bundel wordt de sterke structurering en de strikte vorm (gedichten van 12 regels in 3 kwatrijnen) van de vroegere bundels gecombineerd met een open, minder barokke zegging. Een aanrader.

Reiziger

Schaduw van beschaving schuift
met het verdwijnende perron,
ochtendzwart op de ramen
schuift mee. Als alles wit wordt

achter de ogen en wind wakkert
in de Talmoed van de dag en
alle verlangen langs de spoorweg
versmoort in het eigen licht

kijk ik doorheen het ijsgezicht
van de man in de reiziger, ik ruik
aan de taal van zijn zwijgende stem
hoe de dood in zijn handen staat.
——–

Déjà vu

Ik zag je voor het eerst voor ik je had gezien,
je stond onder de klok die later zou slaan,
je stond voorbij de brug waarover ik liep.
Treinen stortten geraas van keien op de rails.

Je reist een eind met mij mee, een hoever
weet ik niet hoewel ik weet dat je als reisgezel
een aantal woorden aan mij hebt toegevoegd,
een aantal zinnen uit mij hebt genomen.

Nog trager dan ik dacht haalde ik je in,
je was nog nauwelijks van mij
verwijderd, toen ik de kleuren zag
waarin je voor de tweede keer verdween.
——–

Broer

Hij is gestorven in een vreemde taal.
Het land waarin hij leefde is niet,
de tafel waaraan hij zat was het hout
dat in de bergen groen was. En hij stierf.

Hij is gestorven in een vreemde taal.
Wat hij zeggen wou, bleef liggen
in losse letters, in etensresten.
Hij sliep tussen woord en woldraad.

Hij is gestorven in een vreemde taal.
Van de stad waarin hij liefhad
bestond alleen de plattegrond.
Zoveel oorlog was tussen ons.