foto interview 2Speliers beschouwt zijn bundel Villers-la-Ville als één van de hoogtepunten in zijn oeuvre. Het is een formeel bijzonder strak opgezette bundel. Hij bestaat uit een lange reeks ongenummerde zevenregelige gedichten zonder paginering, zonder titel, zonder leestekens en witregels, waarvan elke regel met een hoofdletter begint. De gedichten zijn strofen in één lang gedicht.

De bundel vormt een formeel hoogtepunt in de reeks vanaf Dreyfus in het dorp met de karakteristieke korte, vaak erg gestolde gedichten. De religieuze thematiek die een belangrijke rol speelt in Speliers’ werk, krijgt hier de centrale plaats. Het scriptorium van de monnik wordt symbool voor de werkplek van de dichter. In later werk wordt de strakke vorm en structuur langzaam losser en de gedichten toegankelijker.

Peter Theunynck oordeelt in zijn inleiding tot de bloemlezing Fortuna’s lieveling (2011, Poëziecentrum) dat de barokke, ingekookte stijl af en toe de intrinsieke kwaliteit van het werk verdonkeremaant: Minimale klankverschuivingen, hardnekkige herhalingen, inversie, alliteratie en assonantie blijven de boventoon voeren. De barokke overdaad aan klanktechnische middelen lijkt het effect van de schitterende metaforen in de bundel soms in de weg te staan. (p. 12)

Oordeel vooral zelf:

Inderdaad verhalen deze beelden ons
Van een gebied dat je op de rugkant
Van een blauwe gans bereikt Tussen
Duif en buizerd kent de wolkenstoet
Zijn kreeftengang en sterft de wind
In de trage trechters van de winde
Woord dat op het blad de dood bereikt
———-

Stijgen naar de oppervlakte van lippen
Van lippen zwijgende stijgen de woorden
En ze beeft als een vogeltje in de winter
Dat beeft zoals ze vogeltje is Winter
Die huilt in zijn vlokken in zijn winden
Die huilen uit de sneeuw van de hemel
Waaruit zij zich losmaakt en vrouw wordt
———-
 
Men zegt ook dingen door te zwijgen
Door dingen te verzwijgen die geen mond
Gezegd krijgt in het krijt van de ochtend
Te staan om de avond in te halen Zons
Ondergang in silhouetten van zee en
In zilver van stilte een mantel op de schouders
En een lichaam dat zijn lichaam verlaat