de morgen 19 - 04 2014 Maarten ArysOnlangs brachten we hier verslag uit van een verhitte facebookdiscussie tussen recensenten en auteurs onder de titel ‘De recensent is back’. De kwestie wordt dit weekend opnieuw aangesneden door Jeroen de Preter in De Morgen.

Nooit meer recenseren’ kopt het stuk (ironisch) onheilspellend. De Preter smeert de kwestie breed uit en laat de protagonisten ruimschoots aan het woord. Onderliggende teneur van zijn stuk: wat is het gezag van een krantenrecensent nog waard in tijden van Twitter en Facebook.  Vraag die bij ons spontaan opwelt: waarom kiest de redactie van De Morgen om een literaire polemische kwestie in een weekendkatern te plaatsen en niet in de gespecialiseerde boekenbijlage? Heeft het alleen met de sociale media, ergo het human interest gehalte van het stuk te maken of zijn dit de eerste tekenen die erop wijzen dat de literatuur weer een plaats wil opeisen in het algemene debat?  Zijn m.a.w. de postmoderne, vrijblijvende tijden voorbij?

Er broeit inderdaad wat. De nieuwe generatie wil participeren en zoekt naar manieren om literaire kwaliteit met maatschappelijke relevantie te combineren. Typerend is bijvoorbeeld deze bedenking van jong aanstormend talent Frank Keizer bij een essaybundel Het geluk van de kunst van gevestigd auteur en criticus Mark Reugebrink:

In plaats van een nieuw handelingsperspectief te ontvouwen eindigt Reugebrink zo bij de vaststelling dat de schrijver vanuit een positie van inkapseling moet beginnen te denken. We krijgen geen zicht op literaire en esthetische strategieën waarmee de literatuur en de kritiek weer aan relevantie zou kunnen winnen. Enkel positieve recensies schrijven in kranten, om zo het sterrensysteem van beoordelingen te ondergraven, zoals Reugebrink voorstelt, lijkt me eerder een capitulatie voor de dwingelandij van de markt dan een pervertering ervan. Het achterwege blijven van dergelijke strategieën maakt dit boek tot teleurstellende lectuur, en de oproep tot een verdediging van wat we van als ‘links’ beschouwen tamelijk sleets. Verontwaardiging en jammerklachten over een geknecht bestaan genoeg in Het geluk van de kunst, maar we zullen een nieuwe tussenpositie niet ter wereld brengen door met de nodige pathetiek (‘literatuur als lotsbestemming’) te stellen dat literatuur nog altijd van het grootste belang is voor de maatschappij, wanneer net omstandig is aangetoond dat literatuur juist steeds verder gemarginaliseerd wordt. Daar is meer voor nodig. (deReactor

De kritische, onafhankelijke recensent is wel degelijk back volgens ons, ook al interpreteert Mark Cloostermans ons statement als een grapje. “Ik denk dat er iets anders speelt.” zegt hij in het artikel in De Morgen, “Noch de Vlaamse, noch de Nederlandse literatuur beleven momenteel hun beste tijd. Er is een tekort aan talent. De oudere schrijvers vliegen op automatische piloot, de echt goede jonge schrijvers zijn zeldzaam. Tegelijk zitten de grote concernuitgevers in de rode cijfers. Zij duwen dus veel harder aan die kar vol middelmatige boeken – en dat móést wel tot frictie met de recensenten leiden.”

Benieuwd of oorzaak van de spanningen tussen de literaire protagonisten tot deze economische feiten te herleiden valt. Wij hebben het vermoeden dat er ergens een nieuwe generatie klaarzit die op zoek is naar verse grond voor vruchtbare discussies.

We shall see.

Illustratie:  Maarten Arys (De Morgen 19 april 2014)