‘Heeft het zin om naar een groepje bomen te wijzen en te vragen: “Begrijp jij wat er met dat groepje wordt bedoeld?” Over het algemeen niet; maar zou je met de manier waarop bomen gegroepeerd zijn geen betekenis kunnen uitdrukken, zou het geen geheimtaal kunnen zijn?’

– Ludwig Wittgenstein – Philosophische Grammatik

Het regenwoud staat in brand. Roemeense boswachters worden vermoord en houthakkers leggen met gigantische kapmachines de laatste oerbossen om. Een natuurvereniging verkiest een plasticfabriek boven een bestaand bos. Bomen langs Vlaamse wegen worden met de grond gelijk ‘geknot’ om biomassacentrales te spijzen. Een bos wordt een kunstwerk in een Duits stadion. Als we de klimaatverandering willen indijken, moeten we miljoenen bomen planten. Met de hand, in de achtertuin, door burgercomités, met behulp van drones of dankzij alternatieve zoekmachines, ter compensatie van onze vliegschaamte, overal en zo snel mogelijk.


Allemaal de boom in.

Zijn er nog sprookjesbossen en betoverde wouden? Kunnen we ons er nog verstoppen of verdwalen? Bestaan er nog vertelbomen en peperkoekenhuisjes? Bosgeuzen en struikrovers, kabouters of hobbits, waar zijn ze? Elfen, trollen en woudheksen, inmiddels ook uitgestorven zeldzame soorten? De grote boze wolf is alweer vermoord in het uitgedunde wilde woud. Waar nemen Reynaert, Houtekiet en Robin Hood tegenwoordig hun toevlucht? Waar had Dante met zijn midlifecrisis anders heen gemoeten? En heeft de urban jungle het definitief van de rimboe overgenomen?

Wat rest ons literair nog aan bos behalve duurzaam geproduceerd papier voor alle boeken en tijdschriften zoals DEM ? In dit nummer brengt Anne Provoost een ode aan de esdoorn die jarenlang haar schrijven begeleidde. Ook Alain Delmotte mijmert op poëtische wijze over woorden en bomen en wat ze gemeen hebben. Dimitri Bontenakel velt liever een vonnis dan een boom en Don Fabulist presenteert wildgeplukte fabels uit het woud waar hij leeft als conteur, verhalenverteller pur sang. Sylvie Marie vertaalde een indrukwekkend Boomgedicht van de Britse dichter Richard Berengarten die ze ontmoette in de bossen van Azerbeidzjan.

Wim Michiel licht toe waarom en hoe de onschuld uit het Duitse Wald verdween en Michiel Kroese haalt er Schopenhauer en diens visie op natuur bij. Virginie Platteau ziet een link tussen een oud Frans kinderliedje en een gedicht van W.H. Auden over omgehakte bomen. Annelies Verbeke ontdekt de natuurkunstwerken van Andy Goldsworthy en Koen Van Synghel raakte geroerd door de tentoonstelling Nous les Arbres in Parijs. Voor het beeldmateriaal zorgde Pieter Slachmuylders. Hij trok zich na zijn studies filosofie voor drie maanden terug in een afgelegen blokhut in Lapland. Daar ontstond zijn passie om natuurpracht vast te leggen op beeld. Foto’s in deze uitgave werden gemaakt in Duitsland en Fins Lapland, vanwaar hij correspondeerde met Yanni Ratajczyk. Yanni boog zich op zijn beurt over de drang naar terugtrekking en de roep van de vlakte of het woud.

Gooi nog een blok op het vuur, Deus Ex Machina* zet in het kaalst van de winter graag een boom op over bos.


*Gedrukt op papier van gecontroleerde duurzame bosbouw

Dit is het voorwoord van het nieuwe DEMnummer. Nu verkrijgbaar in de boekhandel.