Een nummer over de beide berlijnen
BUNKERS, BETONPLATEN EN BOUWPUTTEN

 

Marco Magielse

Marco Magielse

Een nummer over het thema Berlijn lag voor de hand in 2014. Het is dit jaar immers een kwart eeuw geleden dat de Muur viel en de beide stadsdelen herenigd werden. De Muur vormde bovendien een belangrijk thema in de moderne Duitse literatuur en heeft ook de literatuur en kunsten van andere landen beïnvloed. The Spy Who Came in From the Cold kwam immers over de Muur en in enkele van de betere songs van David Bowie, Lou Reed en Pink Floyd doemt het betonnen gevaarte auditief op. Maar het risico was niet denkbeeldig dat de Muur als ‘een’ muur voor het blikveld van de samenstellers zou zijn opgedoken en dat we ons erop waren gaan blindstaren. Ondanks zijn unieke karakter is de Muur slechts een element in de door bouw- en sloopwoede gekenmerkte historie van Berlijn. De eindeloze bombardementen door de geallieerden, de honderden ruïnes en lege plekken die zowel West- als Oost-
Berlijn decennialang kenmerkten en de energieke heropbouw sinds de hereniging maken evengoed deel uit van de geschiedenis van deze stad. Ook zij lopen als een stenen snoer door de metropool.

Dit Berlijn van bunkers, betonplaten en bouwputten is de achtergrond geworden van dit themanummer, zowel in beeld als in woord. We hebben Vlaamse en Nederlandse auteurs gevraagd mozaïeksteentjes aan te leveren in de vorm van reportages, beschouwingen, herinneringen en gedichten. Daarbij hebben we ons in hoofdzaak geconcentreerd op de ‘beide Berlijnen’ die met de val van de Muur verdwenen zijn: de eilandstadstaat West-Berlijn met zijn unieke subcultuur en de Hauptstadt der DDR. Dolores Thijs schreef over haar jeugd in Oost-Berlijn, Bodo Morshäuser reflecteerde in een interview over de cultuur van West-Berlijn. Hetzelfde deed Piet de Moor in een voorpublicatie uit zijn volgend jaar te verschijnen Berlijn-boek. Jorg van Caulil schreef over het verpolitiseerde voetbal ten tijde van de deling en hoe de Berlijnse sportliefhebbers desondanks probeerden de muur tussen hun clubs te slechten. Hilde Keteleer dichtte over de liefde tussen politieke systemen en gesloten spoorstations. In alle domeinen van het leven botsten de Berlijners op muren, zowel n zichtbare als onzichtbare vorm.

Maar ook het Berlijn van vóór de deling komt in dit nummer aan bod. Huub Beurskens vertaalde en hertaalde gedichten van Gottfried Benn en schreef een essay, annex kort verhaal, over een ontmoeting tussen Nabokov en Kafka die waarschijnlijk nooit heeft
plaatsgevonden, ondanks Nabokovs bewering van het tegendeel. Barbara Schilling stelde de levensgeschiedenissen van haar ouders te boek in romanvorm en maakte zo duidelijk hoe ‘gewone’ Berlijners de letterlijke bombardementen van Brits en Amerikaans TNT overleefden en zich afsloten voor de figuurlijke van nazipropaganda. We lieten een hoofdstuk uit haar debuut vertalen. Daarnaast zijn er vertalingen van poëzie van Hans-Ulrich Treichel en proza van Robert Walser.

Het themagedeelte wordt verder aangevuld met poëzie van Kris De Lameillieure en Inge Braeckman. Kortverhalen zijn er van Tomás González, Marja Liefaard, Ellen Van Pelt en de amper zeventien jaar oude Lieselotte Rosseel, die in deze 151ste DEM debuteert. Dit nummer wordt afgesloten met literaire gossip van redacteur Jan Pollet.

Zurück nach Berlin: voor dit nummer lazen onze redacteuren over de Duitse hoofdstad, keken naar films, luisterden naar muziek. Ze bezochten echter ook de stad, in het gezelschap van fotograaf Marco Magielse, die er vele tientallen zwart-witfoto’s maakte, waarvan een groot aantal als illustratiemateriaal bij de teksten werd gebruikt. Naast de papieren versie is er een elektronische. Op de website van Deus ex Machina publiceerden wij in de aanloop tot het verschijnen van dit nummer en in de slipstream ervan recensies (eigenlijk meer mini-essays) van romans die Berlijn als thema of achtergrond hebben. Wanneer dit elektronische deel van het blad ‘eindigt’ is onduidelijk. Zoals de geschiedenis van Berlijn niet is gestopt met de val van de Muur, zo kan ook een themanummer over Berlijn in feite eindeloos doorgaan.

De redactie