Een lied vertalen met G. Translate: IJswater – door A.R. Eriks

Teksten vertalen met Google Translate? Dat is een vraag die ook in ons meest recente nummer aan bod komt. A.R. Eriks probeerde het met een songtekst, Broken Hearted Blues van Buddy Guy, en het gaf een vreemd effect. Maar met wat redactie werd het toch een intrigerende tekst. Zie hier:

IJswater

Heer het rilt op mijn kussen
IJs, ijswater, ijswater in het bed van mijn baby
Ja heer, het rilt op mijn kussen
IJs, ijswater in het bed van mijn baby

Als je mijn baby toevallig ziet
Vertel haar, ik heb gehuild, vertel haar, huilend op mijn knieën
Als je ooit mijn baby ziet
Oh ik wil dat je haar vertelt, zeg het, ik huilde op mijn knieën

Ik heb tot mijn Meester gebeden
Bel haar alsjeblieft terug
Genade baby
Genade vrouw

Als ik tien miljoen, miljoen, miljoen (dollar) had, vrouw
Je weet dat ik je zou geven, ik zou elke cent opgeven
Als ik tien miljoen, tien miljoen (dollar) had
Oh ik zou het opgeven, ik zou het ooit, altijd, elke cent opgeven

Heeft u me gehoord Heer
Het rilt op mijn kussen
IJswater in het bed van mijn baby
Noem me nog één keer daddy

Tekst: B. Guy
Vertaald: G. Translate
Geredigeerd: A.R ERiks

Dit zegt de vertaler: Na dit vertaalde lied ben ik op zoek gegaan naar andere blues of bluesachtige liederen (mijn plan was een reeks vertalingen te maken), maar helaas was de uitkomst telkens een stuk minder ‘to the point’ dan gehoopt. De zoektocht is nog niet gestaakt maar de reeks laat nog op zich wachten. Wat ik na vertaling heb veranderd is om te beginnen de titel en hier en daar een ‘Oh’, een ‘Yes’ en een ‘Hey’. Verder heb ik na vertaling de regel ‘All the good things I have done for you woman, Oh you left me for some other man’ eruit gehaald. Die zwakte naar mijn idee het verhaal af, maakte het te plomp, te recht toe recht aan. Ook heb ik in de slotstrofe de eerste regel laten terugkeren.



A.R. Eriks (Haaksbergen, 1971) is een gerespecteerde bassist in de wereld van de gypsyjazz. Sinds 2007 is hij lid van het Robin Nolan Trio en hij heeft jarenlang Jimmy Rosenberg begeleid. Geïnspireerd door Paul McCartney begon hij met blues en rock op de basgitaar voordat hij de contrabas ter hand nam. Na zijn studie aan het Conservatorium van Amsterdam werkte hij samen met o.a. Benjamin Herman en Anton Goudsmit. Rond de eeuwwisseling begon hij gypsyjazz te spelen. Sindsdien toert hij en neemt hij platen op met enkele van de grootste namen in dit genre: Stochelo Rosenberg, Mozes Rosenberg, Robin Nolan en Paulus Schäfer. Ook is hij programmeur van het internationale gypsyjazzfestival Django Amsterdam en heeft hij verschillende online bascursussen uitgegeven.


ACTIE: Een boek van Fleur Jaeggy, gratis bij een DEM-abonnement

‘Van Roberto Calasso is de uitspraak dat er na Kafka geen grote literatuur meer is geschreven, of woorden van die strekking. Hij zal het werk van zijn vrouw toch wel gelezen hebben?’, aldus Cyrille Offermans onlangs in een lovende recensie over SS Proleterka in De Groene Amsterdammer. Calasso’s vrouw en de auteur van het werk in kwestie is FLEUR JAEGGY (1940). Vertaler Frans Denissen schreef over deze buitengewone, korte novelle een essay in het recenste nummer van DEM.  

Voor 35 EURO (Nederland: 40 euro) krijg je het jongste DEMnummer over VERTALING (DEM173) + een abonnement op Deus ex Machina +  Fleur Jaeggy’s SS Proleterka (vertaald door Frans Denissen) OF haar verhalenbundel Ik ben de broer van XX (vertaald door Hilda Schraa). Beide werken werden uitgegeven door Koppernik. Winkelwaarde is telkens 18,50 euro.  

Stuur je adresgegevens naar info@deusexmachina.be, vergeet niet te vermelden of je de novelle wenst of de verhalenbundel en wij komen in actie. 

Wie ons niet gelooft wanneer we zo wild zijn over Fleur Jaeggy, leze de recensie van Offermans in De Groene Amsterdammer of Sheila Heti’s essay over Jaeggy in The New Yorker

Fleur Jaeggy (c) Trouw

Over SS Proleterka:

De vijftienjarige hoofdpersoon en haar afstandelijke financieel geruïneerde, maar toch geliefde vader, Johannes, gaan samen op een cruise naar Griekenland aan boord van de Proleterka. Vanuit een vreemd, telescopisch perspectief, verteld vanaf de dag dat ze plotseling besluit dat ze de as van haar vader wil ontvangen, vertelt ze over haar jeugd. Haar hertrouwde moeder, koud en ver weg, stond de vader slechts sporadisch toe zijn kind te komen bezoeken, dat weggestopt zat bij familieleden of op een school voor meisjes. Aan boord van de Proleterka heeft ze heftige, vleselijke omgang met de zeelui: ‘Ik had geen ervaring met het andere deel van de wereld, het mannelijke deel.’ In de ban van het verlangen ervaring op te doen beschrijft ze zelfverzekerd zowel haar afspraakjes als hoe ze haar vader vrijwel totaal negeert. SS Proleterka is een genadeloos onderzoek naar afstand, schroom en wrok.

Over Ik ben de broer van XX:

In Ik ben de broer van XX – of de verhalen nu over beroemde schrijvers (Calvino, Ingeborg Bachmann, Joseph Brodsky) of over baronessen, dertiende-eeuwse visionairen of gekwelde kinderen op elitaire Zwitserse kostscholen gaan – slaagt Jaeggy er op steelse wijze in je geest in bezit te nemen. Haar gotische werelden lopen over van stil geweld – en zijn onvergetelijk.

DEUS EX MACHINA NR 173: VERTALING

Voorwoord uit het nummer

Alle dagen lezen we in vertaling. Van de websites die we bezoeken, de advertenties die we online of in de brievenbus aantreffen, de handleidingen die we raadplegen, de ondertitels bij de film of serie die we bekijken, tot de reportages, romans, kortverhalen, strip-, kook-, en kinderboeken die we lezen, vertaling is overal. In die mate dat we vaak over het hoofd zien dat ze er is.

Als literair tijdschrift zien we het als onze taak om onbekend werk uit binnen- en buitenland in de kijker te zetten en daarbij publiceren we regelmatig gedichten, essays en kortverhalen uit een andere taal in het Nederlands. In dit nummer presenteren we een hele hoop onbekend werk voor het eerst in het Nederlands en lokken we ook de hardwerkende schaduwschrijvers uit de schemerzone om niet alleen de vertaling maar ook de vertalers te laten spreken. Omdat literair vertalers nog al te vaak vergeten worden, presenteert Deus Ex Machina als antwoord op dat onrecht een nummer volledig gewijd aan literatuur, vertaling en vertalers.

In een inleidend essay toont Ernest De Clerck aan hoe elke vorm van taalgebruik vertaling impliceert. Jan Buts levert een beschouwing over de onstuitbare opkomst van de machinevertaling.

Mogelijks verdwijnen menselijke vertalers in de toekomst, vandaag zijn ze vooralsnog hardwerkende doch vaak vergeten figuren die in de schaduw staan van de geprezen auteurs wiens internationale carrières ze mogelijk maken. Zelfs binnen de literaire vertaalgemeenschap en de vertaalwetenschap heerst er ongelijkheid. Dat uit zich zowel in de verschillen tussen dominante en gedomineerde talen, als tussen de representatie en appreciatie van vertalers zelf. Zo wijst Theresia Feldmann op de miskende plaats van de vrouw als vertaler aan de hand van een bespreking van de vergeten vertalers Isabella Correa, Caroline Schelling, Meta Forkel-Liebeskind en Elisabeth de Roos.

Over leven in vertaling lees je in Jack McMartins portret van James Holmes,leather daddy van de vertaalwetenschap.

Hilde Keteleer haalt Holmes ook aan, maar dan in de context van haar studie vertalen. Keteleer schrijft een brief aan een jonge vertaler over haar dagelijkse strijd tegen vertaalstrategieën die van hogerop worden opgelegd. Frans Denissen illustreert zijn vertaalstrategie aan de hand van notities bij het vertalen van Fleur Jaeggy’s SS Proleterka.

Xavier Roelens schrijft over de sappige voldoening van de verboden vrucht: de indirecte vertaling. Dat ook een vertaling van een vertaling kan werken in het Nederlands doet hij je voor met een selectie gedichten.  

Sofie Verraest vertaalde twee gedichten van de Brits-Somalische dichteres Amina Jama die enkele maanden geleden in Brussel was voor het Asmara-Addis Literary Festival (In Exile). 

Willy Martin neemt ons woord voor woord bij de hand terwijl hij het Engels van Wallace Stevens omzet naar het Nederlands in een nagelnieuw voorbeeld van hervertaling. Saar Wuyts zorgt ervoor dat de ‘fantastische’ (lo fantástico) literatuur van José Güich Rodríguez voor het eerst in onze taal te lezen is en Luc de Rooy vertaalde aanstormend Amerikaans schrijftalent Rita Bullwinkel.
 

Aleksandra Boltovskaja’s tragikomische ervaringen als aangestrande Russin in Limburg staan er dankzij Pieter Boulogne en Fien Bovend’aerde vertaalde Passa Porta’s recente Canadese auteur in residentie Daniel Canty uit het Frans.

We kregen verschillende vrije inzendingen binnen van enthousiaste vertalers, sommigen al meer ervaren dan anderen. Je vindt ze verspreid in het nummer terug, zonder onderscheid tussen gevraagde en spontane bijdragen.  

Omdat elke vertaling zich afspeelt binnen een spanningsveld tussen verschillende talen, waar de invloed van de één al sterker is dan die van de andere, zal je ook in dit nummer af en toe een vreemde taal aantreffen. Dat is dan een voorbeeld van een uiterst zichtbaar spoor van de brontaal. Maar ook in schijnbaar gaaf Nederlands zal je sporen van het Engels, Duits, Frans, Lets, Letgaals, Welsh, Kroatisch, Arabisch, Spaans, Russisch of Pools terugvinden. Misschien besluit je erover te lezen, misschien kies je ervoor om zelf verder op zoek te gaan naar andere betekenissen, en wie weet, verdwaal je in vertaling. We wensen je een fijne tocht. 

Veel leesplezier,  

De redactie 

Dit is het voorwoord van DEM 173. Meer lezen? Je vindt het nummer in de boekhandel, in sommige bibliotheken en uiteraard kan je het hier bestellen.

Actie: De Knetterende Schedels, gratis bij een DEM-abonnement

Precies vijftig jaar geleden overleed Roger Van de Velde (1925-1970). Tijdens zijn leven werd Van de Velde omwille van zijn Palfiumverslaving verschillende keren opgesloten in gevangenissen en psychiatrische instellingen. Als schrijver kreeg hij daarbovenop nog af te rekenen met een publicatieverbod. De korte verhalen van Roger Van de Velde (o.a. gebundeld in Galgenaas, De knetterende schedels en Kaas met gaatjes) horen bij de beste die in ons taalgebied geschreven zijn en daar verandert een halve eeuw niks aan.

Daarom is het nu tijd, vindt Deus ex Machina, om mens en werk hulde te brengen met een auteursnummer. Van de Veldes proza is dringend toe aan een nieuwe generatie lezers.

SPECIAAL AANBOD:

Voor 35 EURO (Nederland: 40 euro) krijg je het Roger Van de Velde-nummer + een abonnement op Deus ex Machina +  Roger Van de Veldes De knetterende schedels (1969, opnieuw uitgebracht door Uitgeverij Vrijdag, mei 2020 – winkelwaarde: 22 euro).

Stuur je adresgegevens naar info@deusexmachina.be en wij komen in actie.

Meer over De Knetterende Schedels lees je hier.


De Knetterende Schedels, een heruitgave van Vrijdag

Deze week is het precies vijftig jaar geleden dat Roger Van de Velde overleed. Deus Ex Machina brengt daarom een auteursnummer uit en Uitgeverij Vrijdag geeft De Knetterende Schedels opnieuw uit. Dit gelijktijdig toeval konden we niet zomaar laten voorbijgaan. We pakken daarom uit met een speciale actie.

Meer info over het boek:

Als het leven een gevangenis is, dan heeft Roger van de Velde er de kroniek van geschreven. In de roerige jaren zestig was het de sobere, krachtige stem van Roger van de Velde die boven het gejoel uitstak. De Knetterende Schedels bevat het beste van zijn werk. Van de Velde was als maagpatiënt verslaafd aan pijnstillers, en de jaren zestig bracht hij grotendeels achter de tralies door. Het laconieke realisme waarmee hij zijn medegevangenen portretteert, gaat door merg en been. In elke zin klinkt de echo van zijn leermeester en vriend Willem Elsschot door. We ontmoeten Daniël, die drie dagen aan een stuk lange sigaretten rookt omdat Prometheus het hem zo instrueert, Jules Leroy, die de kat doodt waar hij zoveel van houdt omdat ze zijn rosbief opeet, en markies de la Motte, die schuldbekentenissen voor miljarden franken uitschrijft.
In deze uitgave is ook Recht op antwoord opgenomen, een scherp en vlammend pamflet waarin Van de Velde censuur en het falende interneringsbeleid in ons land aan de kaak stelt.
Dit j’accuse heeft helaas nog niets aan actualiteit ingeboet.

Roger Van de Velde (1925) was journalist voor De Nieuwe Gazet. Vanwege zijn palfiumverslaving werd hij vanaf 1961 meermaals in instellingen geplaatst, waar hij onder meer De knetterende schedels (1969) schreef. Hij overleed in 1970 aan zijn verslaving, kort nadat hij de Arkprijs voor het Vrije Woord had ontvangen.

‘De koning van het kortverhaal. Een van de auteurs die mij heeft leren lezen.’ – Dimitri Verhulst

Recht op antwoord heeft mij, om in eigen termen te spreken, het mes op de keel gezet.’ – Jeroen Brouwers

In november 2020 zal Deze wereld is geen ergernis waard, de biografie Ellen Van Pelt over Roger Van de Velde in de boekhandel liggen. 

DEUS EX MACHINA NR 172: Roger Van de Velde

Voorwoord


Laat mij de zaken duidelijk stellen: ik weet dat ik abnormaal ben, ik kom er vrankweg in het openbaar voor uit, en ik ben er zelfs een beetje fier over want ik beschouw het als een watermerk van mijn menselijke factuur. De buitenissigheid heeft mij, zowel bij anderen als bij mijzelf, altijd uitermate geboeid. Daarentegen heb ik een instinctieve afkeer van uniformiteit. De vertwijfeling zou mij koud om het hart slaan als een ‘zielkundige’ mij, na een diepgaand onderzoek, zou bestempelen als het prototype van een normaal, evenwichtig, ongecompliceerd en volkomen toerekenbaar man. Gesteld dat zulk utopisch mensentype leefbaar zou zijn, dan wil ik er, alleen al uit principiële bezwaren, niets mee te maken hebben. (Roger Van de Velde, Recht op antwoord)


Als Roger Van de Velde op dertig mei 1970 dood wordt aangetroffen in een brasserie in het Antwerpse statiekwartier, is hij amper twee maanden op vrije voeten. Als maagpatiënt raakt hij begin jaren zestig stevig verslaafd aan de krachtige opioïde pijnstiller Palfium, waarna hij door een mank justitieel apparaat en ‘pseudo-psychiatrisch kunst-en vliegwerk’ tussen 1962 en 1970 bijna onafgebroken achter de tralies verdwijnt.

De schrijver Van de Velde zal in de penitentiaire vergeetputten definitief opstaan. Maar tegen een morbide prijs. Nadat hij het manuscript van de verhalenbundel Galgenaas de gevangenis weet uit te smokkelen, zal hij vanuit de cel literair debuteren in 1965. Het schrijven wordt voor Van de Velde ‘een geestelijk houvast in een hallucinante wereld, waar elk woord zijn betekenis en zijn waarde scheen te verliezen’. Het groteske publicatieverbod dat hem na zijn debuut wordt opgelegd, zal hem de volgende jaren niet tegenhouden om de verhalenbundels De slaapkameren De knetterende schedels en het pamflet Recht op antwoord uit te geven. De satirische roman Tabula Rasa en de verhalenbundel Kaas met gaatjes zullen allebei postuum verschijnen. Terwijl hij in de cel zit, krijgen zijn bundels met korte verhalen lovende kritieken en voor De slaapkamer ontvangt hij een literaire prijs. De sobere stijl, de verfijnde taalbeheersing, het laconieke realisme en de trefzekere observatie van het menselijk tekort vallen op in zijn korte verhalen. Maar het wervelende pamflet Recht op antwoord doet het meeste stof opwaaien. Deze vlammende aanklacht waarin hij ‘de bedrieglijke façades in ons democratisch bestel’ ontmaskert, zal de hefboom worden voor zijn vrijlating begin april 1970. In mei krijgt hij er helemaal terecht de Arkprijs van het Vrije Woord voor. Drie weken later zal hij definitief zwijgen. Hij is amper vijfenveertig jaar en laat een vrouw en drie kinderen achter.

De korte verhalen van Roger Van de Velde horen bij de beste die in ons taalgebied geschreven zijn en daar verandert een halve eeuw niks aan. Daarom is het nu tijd, vindt Deus ex Machina, om mens en werk hulde te brengen met dit auteursnummer. Van de Veldes proza is dringend toe aan een nieuwe generatie lezers.

Van de Veldes proza is dringend toe aan een nieuwe generatie lezers.

In het inleidend essay blaast Jan Bettens het biografische stof van Roger Van de Velde en van zijn literaire oeuvre.

Van de schrijver zelf stellen we maar liefst drie originele bijdragen voor. ‘Posthuum postscriptum’ is een warm pleidooi voor het korte verhaal, dat kort na zijn dood zal verschijnen in het tijdschrift Avenue.

Op drieëntwintig januari 1965 schrijft Van de Velde vanuit zijn Turnhoutse cel een lange brief aan psychiater Robert Debandt, die als gerechtspsychiater en lid van de psychiatrische commissie mee oordeelt over zijn eventuele vrijlating op proef. Deze brief, opgenomen in dit nummer, is voor het eerst integraal te lezen.

Van de Velde was sinds 1947 ook en vooral een rasjournalist. Uit zijn rijke journalistieke carrière kiezen we ‘Pleidooi voor een “Zwart Manneke”’, een artikel dat al in 1959 verscheen in De Nieuwe Gazet maar dat ook anno 2020 nog veel zegt over de mens en journalist die Van de Velde was.

Daarnaast mag Deus ex Machina uitpakken met een voorpublicatie uit de biografie die Ellen Van Pelt schreef over Roger Van de Velde en die eind dit jaar verschijnt.

Jan Lampo haalt herinneringen op aan het ‘geval Roger’ en de link met zijn eigen vader, de schrijver Hubert Lampo.

Jan Daems, een echte psychiater, kruipt in de huid van de (fictieve?) Dr. Poulard, een zelfingenomen, hoogdravende zenuwarts op rust die een recht op antwoord claimt.

Verder in dit nummer vindt u nog gedichten van Annelies Mertens, Renaat Ramon en Herlinda Vekemans. Eindigen doen we met twee korte verhalen van Hanna Desmet en Yoeri Hostie.

DEUS EX MACHINA NR 171: HET BOS

‘Heeft het zin om naar een groepje bomen te wijzen en te vragen: “Begrijp jij wat er met dat groepje wordt bedoeld?” Over het algemeen niet; maar zou je met de manier waarop bomen gegroepeerd zijn geen betekenis kunnen uitdrukken, zou het geen geheimtaal kunnen zijn?’

– Ludwig Wittgenstein – Philosophische Grammatik

Het regenwoud staat in brand. Roemeense boswachters worden vermoord en houthakkers leggen met gigantische kapmachines de laatste oerbossen om. Een natuurvereniging verkiest een plasticfabriek boven een bestaand bos. Bomen langs Vlaamse wegen worden met de grond gelijk ‘geknot’ om biomassacentrales te spijzen. Een bos wordt een kunstwerk in een Duits stadion. Als we de klimaatverandering willen indijken, moeten we miljoenen bomen planten. Met de hand, in de achtertuin, door burgercomités, met behulp van drones of dankzij alternatieve zoekmachines, ter compensatie van onze vliegschaamte, overal en zo snel mogelijk.


Allemaal de boom in.

Zijn er nog sprookjesbossen en betoverde wouden? Kunnen we ons er nog verstoppen of verdwalen? Bestaan er nog vertelbomen en peperkoekenhuisjes? Bosgeuzen en struikrovers, kabouters of hobbits, waar zijn ze? Elfen, trollen en woudheksen, inmiddels ook uitgestorven zeldzame soorten? De grote boze wolf is alweer vermoord in het uitgedunde wilde woud. Waar nemen Reynaert, Houtekiet en Robin Hood tegenwoordig hun toevlucht? Waar had Dante met zijn midlifecrisis anders heen gemoeten? En heeft de urban jungle het definitief van de rimboe overgenomen?

Wat rest ons literair nog aan bos behalve duurzaam geproduceerd papier voor alle boeken en tijdschriften zoals DEM ? In dit nummer brengt Anne Provoost een ode aan de esdoorn die jarenlang haar schrijven begeleidde. Ook Alain Delmotte mijmert op poëtische wijze over woorden en bomen en wat ze gemeen hebben. Dimitri Bontenakel velt liever een vonnis dan een boom en Don Fabulist presenteert wildgeplukte fabels uit het woud waar hij leeft als conteur, verhalenverteller pur sang. Sylvie Marie vertaalde een indrukwekkend Boomgedicht van de Britse dichter Richard Berengarten die ze ontmoette in de bossen van Azerbeidzjan.

Wim Michiel licht toe waarom en hoe de onschuld uit het Duitse Wald verdween en Michiel Kroese haalt er Schopenhauer en diens visie op natuur bij. Virginie Platteau ziet een link tussen een oud Frans kinderliedje en een gedicht van W.H. Auden over omgehakte bomen. Annelies Verbeke ontdekt de natuurkunstwerken van Andy Goldsworthy en Koen Van Synghel raakte geroerd door de tentoonstelling Nous les Arbres in Parijs. Voor het beeldmateriaal zorgde Pieter Slachmuylders. Hij trok zich na zijn studies filosofie voor drie maanden terug in een afgelegen blokhut in Lapland. Daar ontstond zijn passie om natuurpracht vast te leggen op beeld. Foto’s in deze uitgave werden gemaakt in Duitsland en Fins Lapland, vanwaar hij correspondeerde met Yanni Ratajczyk. Yanni boog zich op zijn beurt over de drang naar terugtrekking en de roep van de vlakte of het woud.

Gooi nog een blok op het vuur, Deus Ex Machina* zet in het kaalst van de winter graag een boom op over bos.


*Gedrukt op papier van gecontroleerde duurzame bosbouw

Dit is het voorwoord van het nieuwe DEMnummer. Nu verkrijgbaar in de boekhandel.

DEM 170: Instagram

Het nieuwe nummer van Deus Ex Machina ligt in de handel. Het thema is Instagram en het nummer werd hiervoor in een heel toepasselijk formaat uitgegeven. Bemachtig nu je exemplaar voor slechts vijf euro.

Om je warm te maken, bij deze het voorwoord:covergesneden

Een greep uit recente Instagram-posts. Fajah Lourens post een filmpje waarin ze haar buikvel toont na haar zwangerschap. Ze schrijft: ‘Wees trots op je buikvel’ @mykillerbodymotivation. Jitske Van de Veire filmt zichzelf schaars gekleed en zonder filter op een niet echt flatterende, maar wel oprechte wijze. ‘Serving your reality’ #selflove. Deze vrouwen willen hiermee een positieve boodschap de wereld insturen: leef zoveel mogelijk zonder complexen en schaam je niet voor je imperfecte lichaam. En deze vrouwen zijn geen uitzonderingen. Steeds meer mensen willen hun onzekerheden tonen zonder schaamte, in een poging deze om te buigen tot een sterkte. Zo willen ze hun persoonlijk verhaal in eigen handen nemen door het zelf te schrijven of te filmen. Maar ondersteunt Instagram ons daadwerkelijk bij de verwerkelijking van onszelf?

We zijn altijd op zoek naar verhalen. In boeken, in theater, films, series, muziek, in het nieuws, in gesprekken, in instastories, op Instagram. Met de opkomst van sociale media als Facebook, en in het verlengde daarvan Instagram, heeft iedereen nu een makkelijk instrument ter beschikking om van het eigen leven een verhaal te maken en dat te delen met anderen. Het beeld dat we zo van ons leven verspreiden heeft een niet altijd vanzelfsprekende band met wat we dagelijks werkelijk beleven. De ‘insta’ in Instagram maskeert een soms mijlenverre afstand tot ons ‘echte’ leven.

Wat gebeurt er als we onszelf als personage nemen, ons leven als onderwerp, en dan vooral de kant tonen die we net verborgen willen houden? Deus Ex Machina wil de schaduwzijde van ons ‘gefilterde zelf’ op Instagram belichten. Als we de filters omdraaien en tonen wat normaal buiten beeld blijft, wat zien we dan? Krijgen we een meer authentiek zelfbeeld, of verzandt deze poging om authentiek te zijn zélf in een geconstrueerd imago? Is het überhaupt mogelijk om te ontsnappen aan de ‘filter’? Je creëert tenslotte een ‘beeld’ van jezelf, hoe oprecht of complexloos het ook mag zijn bedoeld. En als je iets toont waar je je zogezegd voor schaamt, is de schaamte dan nog wel echt, of wordt het dan niet juist schaamteloos, of erger, pose?

Eén ding is zeker, we kunnen niet ontsnappen aan verhalen. En vandaag worden die veelal geschreven op Instagram. In dit nummer van Deus Ex Machina onderzoeken we de band tussen het alomtegenwoordige medium en de literatuur. Dat doen we zowel aan de hand van (beeld)gedichten en proza, als met behulp van interviews en essays over (sociale) media en literatuur, waarin telkens een hoofdrol voor Instagram is weggelegd, maar met ruimte voor schaamte, de B-kant van het leven, de weggesneden stukjes of het lelijke, niet-visuele of geheel ongecoördineerde.