Door Michiel Leen

kenneth haigh john osbnorne premiereDit weekend is het zestig jaar geleden dat ‘Look Back in Anger’ van John Osborne stormenderhand het Britse theater veroverde en de Angry Young Man gemeengoed maakte. Hoewel het stuk intussen tot de gevestigde waarden is gaan behoren, is het een wat gemankeerd jubileum. En dat is jammer, vindt Michiel Leen.

8 mei 1956 is een mijlpaal in het Britse theater. Op die dag ging ‘Look Back in Anger’ in première, in het kleine Londense theater ‘Royal Court.’ Een onbekend stuk –geen debuut in strikte zin- van een totaal onbekende, 27-jarige opdonder, John Osborne . Niettemin is er in het Britse theater een tijdperk voor, en een tijdperk na 8 mei 1956. Dat had alles te maken met het feit dat niets of niemand het bezadigde Londense theaterpubliek, gewend aan societydrama’s en repertoirestukken, had kunnen voorbereiden op wat Osborne op hen zou loslaten. Niet alleen speelt ‘Look Back in Anger’ zich af in een groezelige zolderflat – wat op zich al voldoende was om het middle class publiek op de kast te jagen -, ook introduceert Osborne het archetype van de Angry Young Man. Hoofdpersoon Jimmy Porter – in wezen Osborne met een heel klein laagje fictievernis- schopt in zijn claustrofobische setting zo wild om zich heen dat niemand gespaard blijft: het afbrokkelende Britse empire, zijn geplaagde vrouw, de kolonelsdochter Alison, de goeiige huisgenoot Cliff, het establishment, en uiteindelijk hijzelf. Met de glamour van Rebel Without a Cause James Dean heeft het niets te maken. Porter is een vulkaan van colère en vitriool, en heeft de woede tot principe, tot kuntsvorm opgewekt. ‘Waarom maken we geen ruzie? Het is het enige waar ik nog een beetje goed in ben!’ roept hij uit. De vraag stellen waarom Porter zo kwaad is, is naast de kwestie. ‘Anger is not about,’ zou Osborne zijn hoofdpersonage later in de mond leggen, in het veel minder spectaculaire ‘vervolg’ op ‘Look Back in Anger’, ‘Déjavu.’ Een deel van het publiek verliet geshockeerd de zaal. Een ander, vooral het jongere, deel voelde verwantschap. Zelfs critici die het stuk destijds bewierrookten, zoals Kenneth Tynan en Harold Hobson, wisten zich omwille van die loftuitingen verzekerd van een zekere roem. Marilyn Monroe heeft dit stuk nog gezien, met een enthousiaste Arthur Miller aan haar zij. ‘Look Back in Anger’ heet het enige toneelstuk te zijn met een verjaardag.

Reactionair gekanker

Die zestigste verjaardag heeft anders iets gemankeerds. Derby Theater speelde weliswaar een dijk van een revivalvoorstelling,maar die is alweer achter de rug. BBC Radio 4 hield het op een herdenkingsuitzending met David Tennant. Er is een zeer verdienstelijke Osborne-biografie door Peter Whitebrook, een meer leesbare aanvulling bij de vuistdikke studie van John Heilpern uit 2006. Maar verder is er in Londen dit jaar weinig animo voor ‘Look Back in Anger’, leert navraag bij de beheerders van Osbornes literaire nalatenschap. De actie op 8 mei speelt zich af in het afgelegen dorpje Clun, op de grens tussen Engeland en Wales, waar Osborne in de laatste jaren van zijn leven woonde. Onder de noemer Osborne and After wordt daar van 6 tot 8 mei alles uit de kast gehaald om de originele Angry Young Man, met film- en theatervertoningen, debatten, workshops en tentoonstellingen te herdenken. 

Je moet er wel zien te raken, zo afgelegen als het ligt in de Shropshire Hills. Het Royal Court-theater deed niet mee, buiten een plompverloren vertoning van de gelijknamige film uit 1959, begin april. Trouw aan zijn missie om altijd een stapje voor te blijven op de mainstream, kijkt het theater liever vooruit dan achteruit. Hun goed recht. Daar heeft Osborne het helaas zelf ook naar gemaakt. Na 1956 begon de wereld wel degelijk te veranderen, en naarmate de jaren ’60 Swinging Londen in de greep kregen, was Osbornes wereld van schaarste, uitgewoonde zolderkamers en groezelige armoede een verre herinnering. En sneller dan hij het zelf had verwacht, werd Osborne de man die zich maar moeilijk raad wist met de veranderende wereld: het ging algauw een kant op waarmee hij zich niet kon vereenzelvingen. Medio jaren’ 70 was hij de voeling met het nieuwste Britse theater kwijt, en kwam het tot een pijnlijke breuk met het Royal Court Theatre, dat hem op de kaart had gezet, maar dat ook jarenlang kon overleven dankzij het succes van Osbornes werk. Zeker in de laatste jaren van zin leven sloot Osborne zich zo op in een welhaast reactionair gekanker op alles en iedereen, van de Europese Unie tot de holebirechtenbeweging, dat het zelfs voor zijn vurigste bewonderaars welhaast ondoenbaar werd om nog achter hem te blijven staan. Daar komt nog bij dat in de vroege jaren 2000 een nieuwe school theatervorsers forse gaten begon te schieten in de mythe van ‘1956.’ Daarbij konden ze zich bedienen van de voorraad politiek incorrecte ondertonen die Osbornes werk in bulk aanlevert. In studies als ‘1956 and all that’ wordt wel heel enthousiast brandhout gemaakt van Osbornes verdiensten. Zo bekeken lijkt het wel of het allemaal niets heeft voorgesteld.

rauwe, viscerale colère

patrick knowles look backEn dat is jammer, al ben ik me ervan bewust dan nu de onvoorwaardelijk fan in mij spreekt. Jimmy Porter mag dan wel een creatuur van de jaren ’50 zijn, gedemodeerd zijn veel motieven van zijn woede helaas niet.  Er is ook vandaag nog veel waar je als jonge twintiger kwaad om kunt zijn, en veel van die redenen zijn ook zestig jaar na datum dezelfde: hoe er nooit iets verandert, hoe elites het publieke debat monopoliseren, hoe achteloos een economische machinerie in tijden van recessie brandhout maakt van dromen en ambities. Maar ook hoe achteloos wreed mensen onder hetzelfde dak met elkaar omgaan, hoe claustrofobisch samenleven wordt als het niet meer met, maar ook niet zonder elkaar gaat. Het is een cocktail van emoties en problemen waaraan je jezelf op tijd moet ontrukken, want anders veroordeel je jezelf al op jonge leeftijd tot een leven vol méér van hetzelfde; ook dat maakt Osborne, via het op het kunstmatige af cyclische verhaalverloop, pijnlijk duidelijk.

Misschien is het net die cocktail van tegenstrijdige, ongearticuleerde woedes en smarten die het zo moeilijk is om de  zestigste verjaardag van dit baanbrekende stuk ook echt tot iets luisterrijks te maken. Zelfs al is ‘Look Back’ intussen tot het repertoire, tot de canon van het Britse theater gaan behoren, het publiek van vandaag weet net zo min als dat van 1956 raad met de rauwe, viscerale colère die Osborne in de vorm van Jimmy Porter op zijn toeschouwers loslaat. Het is niet alleen een sociaal-politieke kritiek, het is ook een huwelijksdrama, een reflectie over wat het is om wakker te worden in een land dat zijn punch kwijt is, over de onmogelijkheid om te rouwen, en het is compromisloos al die dingen tegelijk, met een indrukwekkend catharsis-effect voor de ontvankelijke toeschouwer.

Wie is er vandaag koleirig genoeg om er  een waardig vervolg  aan te breien? Wie durft?

©Michiel Leen

De integrale, gecanoniseerde opvoering is te vinden op youtube via deze link.

Deze tekst is een eerste aanzet van een breder essay dat dit najaar verschijnt in het tijdschrift Deus Ex Machina, dat  een themanummer wijdt aan de zoektocht naar de Angry Young Men (and Women!) van vandaag. Stay tuned via www.deusexmachina.be